ECLI:NL:RBNNE:2024:4398
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Schriftelijke aanwijzing tot klinische ouderschapsbeoordeling vervallen verklaard wegens onvoldoende motivering en belangenafweging
De moeder verzocht de rechtbank om de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) tot medewerking aan een klinische ouderschapsbeoordeling en diagnostiek van haar persoonlijkheid(problematiek) geheel of gedeeltelijk vervallen te verklaren. De schriftelijke aanwijzing was gegeven op grond van artikel 1:263 lid 1 BW Pro en betrof een opname van circa drie maanden voor moeder en kinderen.
De rechtbank stelde vast dat de ouders gezamenlijk het gezag over het kind uitoefenen en dat het kind bij de moeder woont. De GI stelde dat de opname noodzakelijk was om inzicht te krijgen in het patroon van wisselende opvoedperiodes en om de moeder te diagnosticeren en gericht te kunnen helpen. De moeder betoogde dat een ambulante ouderschapsbeoordeling voldoende is, dat opname nadelig is voor de kinderen en dat de diagnostiek van haar persoonlijkheid buiten de wettelijke reikwijdte valt.
De rechtbank oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing niet voldeed aan de eisen van de Algemene wet bestuursrecht, omdat de motivering gebrekkig was en de belangen van de kinderen onvoldoende waren betrokken. Ook was er spanning met het wettelijke stelsel voor gedwongen zorg. De moeder was ontvankelijk in haar verzoek. De rechtbank verklaarde de schriftelijke aanwijzing van 28 oktober 2024 vervallen.
Daarnaast nam de rechtbank de wensen van het kind mee, die meer contact met de vader en logeren bij opa en oma wenst, en minder tijd bij de zorgorganisatie. De beschikking werd gegeven door kinderrechter S. Dijkstra op 12 november 2024.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing tot medewerking aan klinische ouderschapsbeoordeling en persoonlijke hulpverlening is vervallen verklaard wegens onvoldoende motivering en belangenafweging.