Het Weeshuis heeft bezwaar gemaakt tegen de verkavelingsklasse-indeling in de landinrichting Franekeradeel-Harlingen, waarbij zij werd ingedeeld in klasse 1. Het Weeshuis stelt dat er geen verbetering maar verslechtering is, mede vanwege problemen met het gebruik van de Kerkstraat en het ontbreken van vergoeding voor het betonpad. Gedeputeerde Staten handhaaft de indeling in klasse 1 vanwege vormverbetering en wijst vergoeding voor het gemeentelijke betonpad af.
De rechtbank beoordeelt het bezwaar aan de hand van de Wet inrichting landelijke gebied (Wilg) en de Nadere regels voor de lijst der geldelijke regelingen. Gezien het feit dat Het Weeshuis niet zelf agrarisch exploiteert, wordt gekeken naar het nut voor de eigenaar. De rechtbank oordeelt dat de verbetering niet evident is en dat het een grensgeval betreft tussen klasse 0 en 1. Gelet op de omstandigheden is indeling in klasse 0 passend.
Het bezwaar tegen vergoeding voor het betonpad wordt ongegrond verklaard omdat het een gemeentelijk pad betreft en de Bestuurscommissie hiervoor geen taak heeft. De rechtbank veroordeelt Gedeputeerde Staten in de proceskosten ten gunste van Het Weeshuis.