Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[veroordeelde]
Beoordeling
Beslissing
De rechtbank:
zes (6) maanden, of zoveel korter als noodzakelijk om aan detentie aansluitende geschikte huisvesting te realiseren.
Rechtbank Noord-Nederland
De veroordeelde is bij vonnis van 2 april 2015 veroordeeld tot een gevangenisstraf van zestien jaar, met een voorlopige datum van voorwaardelijke invrijheidstelling op 22 oktober 2024. De officier van justitie vorderde uitstel van deze invrijheidstelling voor maximaal zes maanden, wegens het ontbreken van geschikte huisvesting die essentieel is voor het re-integratietraject.
De reclassering rapporteerde een gemiddeld-hoog recidiverisico, afwijkend van eerdere laag-gemiddelde inschattingen, en benadrukte dat zonder concrete woonruimte het re-integratietraject en de invulling van bijzondere voorwaarden zoals ambulante behandeling en elektronische monitoring niet kunnen starten. De veroordeelde stemde in met het uitstel en werkt mee aan het vinden van woonruimte.
De rechtbank overweegt dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling van vóór 1 juli 2021 van toepassing is. Gezien het ontbreken van geschikte huisvesting en het daardoor onvoldoende kunnen beperken van het recidiverisico, wijst de rechtbank de vordering van de officier van justitie toe en stelt de voorwaardelijke invrijheidstelling uit voor zes maanden of korter indien eerder geschikte huisvesting wordt gevonden.
Uitkomst: De voorwaardelijke invrijheidstelling wordt uitgesteld voor zes maanden of korter totdat geschikte huisvesting is gerealiseerd.