De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van gewoontewitwassen in de periode van 2 tot en met 10 januari 2020. Verdachte heeft meermalen geld, in totaal 35.500 euro, van andermans rekening gepind en dit geld vervolgens doorgegeven aan anderen, terwijl hij wist dat het afkomstig was uit misdrijven.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de duidelijke bekentenis van verdachte en diverse proces-verbalen met verklaringen van betrokkenen. Verdachte handelde uit financieel eigen gewin, met als motief het aflossen van een pokerschuld. Er is geen sprake van strafuitsluitingsgronden.
Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn positieve ontwikkeling en vrijwilligerswerk, en de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn. Hoewel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend zou zijn, is vanwege de termijnoverschrijding gekozen voor een taakstraf van 80 uren met een vervangende hechtenis van 40 dagen bij niet-naleving.