Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
"Franekeradeel-Harlingen"en vastgesteld door:
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een bezwaar van [A], exploitant van een melkveebedrijf, tegen de vastgestelde Lijst der Geldelijke Regelingen (LGR) in de herverkaveling Franekeradeel-Harlingen. [A] betwist de indeling in verkavelingsklasse 3 en vordert vergoeding voor schade door bodemdaling als gevolg van gas- en zoutwinning, alsmede compensatie voor last van leidingen op toegedeelde percelen.
De rechtbank overweegt dat de schade door bodemdaling niet kan worden toegerekend aan de landinrichting en dat de getroffen maatregelen de waterhuishouding in het gebied hebben verbeterd. De stellingen van [A] over onvoldoende herstel en schending van het vertrouwensbeginsel worden verworpen. De rechtbank oordeelt dat de indeling in verkavelingsklasse 3 niet redelijk is, mede vanwege onvoldoende verbetering van de verkavelingssituatie en problemen met de interne ontsluiting van een perceel.
De indeling wordt daarom aangepast naar klasse 2. Het bezwaar tegen de vergoeding voor leidingen wordt afgewezen wegens gebrek aan grondslag en onvoldoende bewijs van schade. Gedeputeerde Staten worden veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is gewezen door rechter R. Giltay op 6 december 2024.
Uitkomst: Het bezwaar wordt deels gegrond verklaard door wijziging van de verkavelingsklasse naar klasse 2, overige bezwaren worden afgewezen.