De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland heeft op 19 november 2024 mondeling uitspraak gedaan in een zaak over de wijziging van de verblijfsplaats van een minderjarige. Aanleiding was een eerder vonnis van 8 november 2024 waarin de minderjarige aan de pleegouders werd toegewezen. De moeder had een verzoek ingediend tot wijziging van de verblijfsplaats, dat eerder was afgewezen.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden, waaronder de opzegging van het pleegzorgcontract door Jeugdhulp Friesland, het ontbreken van toezicht en begeleiding bij de terugkeer naar de pleegouders, en toegenomen zorgen op basis van verklaringen van de kinderen en toelichting van de Raad voor de Kinderbescherming. Deze gewijzigde omstandigheden rechtvaardigen een herbeoordeling.
Op grond van artikel 1:253s BW is toestemming verleend om de verblijfsplaats van de minderjarige te wijzigen naar een crisispleeggezin. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De voorzieningenrechter wijst verzoeken af die zien op omgangsregelingen en dwangsommen, gelet op het belang van de minderjarige en de huidige omstandigheden. Er wordt verwacht dat spoedig een bodemprocedure zal volgen waarin nader onderzoek plaatsvindt.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Partijen is meegedeeld dat zij binnen vier weken hoger beroep kunnen instellen, voor zover dat openstaat.