Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.Beoordeling
- De volgende vraag die de voorzieningenrechter dan moet beantwoorden is of op grond van artikel 1:253s van het Burgerlijk Wetboek toestemming moet worden verleend om de verblijfsplaats van [minderjarige] te wijzigen. Indien de pleegouders geen toestemming geven, dan kan deze op verzoek van de ouder door die van de rechtbank worden vervangen. Dit verzoek wordt slechts afgewezen indien de rechtbank dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk oordeelt. Dat heeft de voorzieningenrechter in voormeld vonnis van 8 november 2024 ook gedaan.
- De voorzieningenrechter is van oordeel, dat gelet op de gewijzigde omstandigheden de toestemming moet worden verleend. Een afwijzing vindt de rechtbank, gelet op het standpunt van de Raad in het belang van [minderjarige] niet noodzakelijk. Integendeel de voorzieningenrechter vindt het in haar belang dat zij gelet op de huidige omstandigheden langer in het crisispleeggezin blijft. Dit is een ordemaatregel. Verwacht wordt, dat er zo spoedig mogelijk een bodemzaak aanhangig wordt gemaakt, waarin de Raad nader onderzoek kan doen. De Raad doet al onderzoek en kan in de bodemzaak nader onderzoek te doen. Deze toestemming geldt totdat in de bodemzaak door de rechtbank een beslissing in is genomen.
- De vordering ten aanzien van de omgang ziet op situatie van de terugkeer van [minderjarige] naar de pleegouders. Dit zal nu niet gebeuren en devordering zal daarom afgewezen worden. In overleg met het crisispleeggezin en de Raad zal bekeken moeten worden wat er nu in haar belang is en hoe de omgang met de moeder vormgegeven moet worden.
- Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
- Gelet op beslissing in conventie zal de gevorderde dwangsom afgewezen worden, omdat dit ziet op de situatie dat het vonnis van 8 november 2024 in stand blijft.
- De gevorderde onbegeleide weekendregeling wordt afgewezen, gelet op de zorgen over het opvoedklimaat bij de pleegouders en wat [minderjarige] daarover heeft verteld. Zij zit klem tussen de volwassenen. De verzochte omgang is ook niet in het belang van [minderjarige] gelet op wat de Raad heeft toegelicht en het ontbreken van voldoende zicht op het pleeggezin. In overleg kan wel begeleide omgang. Dat verzoek ligt niet voor, dat kunnen pleegouders met de Raad en crisispleegouders bespreken.
- Compenseert de proceskosten gelet op de aard van de procedure en de rol die partijen daarin hebben.
- De voorzieningenrechter deelt aan partijen mede dat zij binnen vier weken hoger beroep kunnen instellen voor zover dat open staat.