Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 december 2024 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [plaats] , verzoekers
[naam 1]en
[naam 2]uit [plaats] , (gemachtigde: mr. R.M. van der Horn)
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekers hebben een bijgebouw gebouwd waarvoor aanvankelijk een omgevingsvergunning was verleend, maar deze vergunning is later herroepen en geweigerd na bezwaar en beroep. Het college legde een last onder dwangsom op om het bijgebouw te verwijderen, met een dwangsom bij niet-naleving.
Verzoekers vroegen een voorlopige voorziening omdat zij onvoldoende tijd hadden gehad om onderzoek te doen naar de aanwezigheid van beschermde diersoorten in het bijgebouw. De voorzieningenrechter oordeelde dat de begunstigingstermijn te kort was, omdat het noodzakelijke onderzoek alleen in de periode april tot en met september kan plaatsvinden, terwijl de termijn liep tot eind januari.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid en schorst de last onder dwangsom tot zes weken na de beslissing op het bezwaarschrift. Het college moet het griffierecht vergoeden aan verzoekers. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De last onder dwangsom wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar vanwege te korte begunstigingstermijn voor ecologisch onderzoek.