Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
1. De door verdachte ter zitting van 10 december 2024 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 30 april 2024 (inclusief bijlagen), opgenomen op pagina 411 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland onderzoek Lemsteraak/NN3R024033 d.d. 28 augustus 2024, inhoudend als verklaring van [slachtoffer]:
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 mei 2024 (inclusief bijlagen), opgenomen op pagina 504 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relatering van verbalisant [naam], zakelijk weergegeven:
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 mei 2024 (inclusief bijlage), opgenomen op pagina 464 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relatering van verbalisant [naam] zakelijk weergegeven:
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 15 juli 2024 (inclusief bijlagen), opgenomen op pagina 222 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte :
.[naam] vroeg nog om niet gelijk te gaan steken.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 mei 2024 (inclusief bijlage), opgenomen op pagina 499 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relatering van verbalisant [naam] zakelijk weergegeven:
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
Toepassing van wetsartikelen
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.
Benadeelde partij
[slachtoffer]toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan
[slachtoffer]te betalen:
[slachtoffer]ten aanzien van de immateriële schade voor het overige af.
[slachtoffer]ten aanzien van het materiële deel voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
[slachtoffer]aan de Staat te betalen een bedrag van € 3.379,14 (zegge: drieduizend driehonderdnegenenzeventig euro en veertien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 april 2024 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit € 379,14 aan materiële schade en € 3.000,00 aan immateriële schade.
43 dagenkan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.