ECLI:NL:RBNNE:2024:5091

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
20 december 2024
Publicatiedatum
27 december 2024
Zaaknummer
LEE 24-2551
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Waarschuwing gebruik kopieermachine geen besluit in bestuursrechtelijke zin

Eiser ontving een waarschuwing van het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden over het gebruik van het kopieerapparaat in het stadskantoor. Hij maakte bezwaar tegen deze waarschuwing, maar het college verklaarde deze bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

De rechtbank stelde vast dat de brief met de waarschuwing niet gericht was op rechtsgevolg en daarom niet kwalificeert als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiser voerde geen inhoudelijke gronden aan tegen de niet-ontvankelijkverklaring. Ook de excuses van het college naar aanleiding van een ingetrokken lokaalverbod vielen buiten de procedure.

De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. Het vonnis werd uitgesproken door rechter M.S. van den Berg op 20 december 2024. Eiser kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard omdat de waarschuwing geen besluit in de zin van de Awb is.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Bestuursrecht
locatie Groningen
zaaknummer: LEE 24/2551
uitspraak van de enkelvoudige kamer van de rechtbank van 20 december 2024 in de zaak tussen

[eiser], te [plaats], eiser,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden, het college,
(gemachtigden: mr. M. Hofman en S.J. Dijkstra).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het kennelijk
niet-ontvankelijk verklaren van de bezwaren tegen de aan hem bij brief van 5 april 2024 gegeven waarschuwing met betrekking tot het gebruikmaken van het kopieerapparaat in het stadskantoor/gemeentehuis.
1.1.
Het college heeft bij brief van 5 april 2024 aan eiser een waarschuwing gegeven met betrekking tot het gebruikmaken van het kopieerapparaat in het stadskantoor/gemeentehuis. Met het bestreden besluit van 6 mei 2024 heeft het college de bezwaren van eiser kennelijk
niet-ontvankelijk verklaard.
1.2.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 5 december 2024 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van het college. Eiser is met kennisgeving niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de kennelijk niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Feiten
4. Bij haar oordeelsvorming betrekt de rechtbank de navolgende feiten en omstandigheden.
4.1.
Eiser heeft op 3 april 2024 een e-mail naar de burgemeester van Leeuwarden (hierna: de burgemeester) verzonden. In deze e-mail verzoekt eiser de burgemeester om aan een gezaghebbende van het stadskantoor opdracht te geven dat hij niet meer door beveiligers
lastig gevallen wordt, als hij stukken met betrekking tot de gemeente Leeuwarden aan het printen is.
4.2.
Eiser heeft op 4 april 2024 een e-mail naar de burgemeester verzonden. In deze e-mail stelt eiser dat de burgemeester opdracht heeft gegeven dat alle burgers en in het bijzonder hij zelf dagelijks 1 kopie mogen maken. In de visie van eiser is dit een controversieel besluit. Ervan uitgaande dat eiser de volgende dag weer meer dan alleen het aangekondigde ene exemplaar mag kopiëren, verzoekt hij om aan de beveiliger het herziene besluit mede te delen, of aan hem te bevestigen dat hij alleen 1 exemplaar mag kopiëren. Indien hij niets meer verneemt, gaat hij er van uit dat hij weer normaal voor het algemene belang en zijn persoonlijk belang meer dan 1 exemplaar mag kopiëren.
4.3.
Eiser heeft op 5 april 2024 een e-mail naar de burgemeester verzonden. In deze e-mail beschrijft eiser de wijze waarop hij door de beveiliging op het Stadskantoor is bejegend. Daarbij stelt eiser de burgemeester en de gemeente Leeuwarden alvast aansprakelijk voor alle schade en kosten als hij verder wordt gehinderd om het Stadskantoor te betreden en hem het gebruik van het kopieerapparaat wordt geweigerd en/of fysiek wordt verwijderd.
4.4.
Het college heeft bij brief van 5 april 2024 aan eiser een waarschuwing gegeven met betrekking tot het gebruikmaken van het kopieerapparaat in het stadskantoor/gemeentehuis gegeven.
4.5.
In het formulier “Aanzeggen Individueel Lokaalverbod” van 10 april 2024 is namens de gemeente Leeuwarden een aanzegging individueel lokaalverbod aan eiser opgelegd.
4.6.
Bij e-mailbericht van 15 april 2024 heeft het college het lokaalverbod ingetrokken en voorzien van een excuus.
4.7.
Eiser heeft tegen de gegeven waarschuwing bezwaar gemaakt.
4.8.
De voorzitter van de Adviescommissie bezwaarschriften van de gemeente Leeuwarden heeft het college bij brief van 6 mei 2024 geadviseerd om de bezwaren van eiser kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren.
4.9.
Met het bestreden besluit heeft het college de bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Het geschil
5. Tussen partijen is in geschil of het college de bezwaren van eiser terecht kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard. Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt.
5.1.
Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
5.2.
De rechtbank stelt voorop dat eiser geen inhoudelijke gronden heeft aangevoerd met betrekking tot het kennelijk niet-ontvankelijk verklaren van de bezwaren, gericht tegen de bij brief van 5 april 2024 gegeven waarschuwing.
5.3.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college de bezwaren van eiser, gericht tegen de bij brief van 5 april 2024 gegeven waarschuwing, terecht kennelijk
niet-ontvankelijk verklaard. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de brief van het college van 5 april 2024 niet op rechtsgevolg is gericht. Dat betekent dat de beslissing van het college om eiser een waarschuwing te geven voor het gebruik van de kopieermachine niet is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Deze grond van eiser slaagt niet.
Omvang van het geding
6. Voor zover eiser gronden naar voren heeft gebracht met betrekking tot de aan hem overgebrachte excuses naar aanleiding van een ingetrokken “Aanzegging Individueel Lokaalverbod” is de rechtbank van oordeel dat dit aspect buiten de omvang van de procedure valt.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep van eiser is ongegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb.
Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep van eiser ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.S. van den Berg, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.L.A. van Kats als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 december 2024.
De griffier De rechter

Rechtsmiddel

Tegen de uitspraak op het beroep kan binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.
Afschrift verzonden op: