Betrokkene kreeg een sanctie van €169,- voor het rijden op een fiets/bromfietspad op 2 november 2023. Zij voerde aan dat de verkeersborden ter plaatse niet geldig waren vanwege het ontbreken van een verkeersbesluit, maar dit verweer werd verworpen op basis van een arrest van de Hoge Raad.
De kantonrechter stelde vast dat de verklaring van de verbalisant summier was en dat er geen aanvullend proces-verbaal was, ondanks verzoeken daartoe. De verbalisant kon het voertuig niet staande houden omdat hij de overtreding op afstand had waargenomen. Bovendien bleek uit gegevens van de gemeente dat in twintig vergelijkbare zaken dezelfde verbalisant identieke verklaringen had gegeven over het niet staande houden.
Hierdoor kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat er een reële mogelijkheid tot staandehouding was, wat noodzakelijk is voor het opleggen van de sanctie aan de kentekenhouder. De sanctie is daarom ten onrechte opgelegd en het beroep wordt gegrond verklaard. Betrokkene krijgt het teveel betaalde bedrag terug.