Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van 27 december 2024
PROCESGANG
- verzoeker;
- [medewerker] , schuldhulpverlener en werkzaam bij de GKB;
- [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] namens de verhuurder.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker, momenteel gedetineerd, heeft een moratorium aangevraagd om ontruiming van zijn woning te voorkomen en rust te creëren voor een minnelijke schuldregeling. De rechtbank stelt vast dat ondanks detentie sprake is van een dreigende situatie en dat verzoeker belang heeft bij het behoud van de woning.
De schuldhulpverlener heeft een inventarisatie van schuldeisers gemaakt en er is een aanvang gemaakt met de minnelijke regeling. Verzoeker heeft de huurbetalingen van november en december 2024 voldaan en ontvangt een inkomen uit detentie en huurtoeslag, waarmee hij zijn vaste lasten kan betalen.
De verhuurder betwist het bestaan van een dreigende situatie en wijst op eerdere wanbetalingen en niet-naleving van betalingsregelingen. De rechtbank oordeelt echter dat de eerdere huurschulden volledig zijn voldaan en dat de huidige situatie een redelijke kans op schuldregeling biedt.
De rechtbank weegt de belangen en concludeert dat het belang van verzoeker om in relatieve rust aan schuldensanering te werken prevaleert. Het moratorium wordt voor zes maanden toegekend, onder de voorwaarde dat lopende verplichtingen tijdig worden voldaan. Het verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt nog niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratorium toe voor zes maanden om ontruiming te voorkomen en schuldsanering mogelijk te maken.