ECLI:NL:RBNNE:2024:5263
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Uitleg koopoptie in huurovereenkomst eindigt met beëindiging huur, geen koop tot stand gekomen
In deze zaak staat de uitleg van een bepaling in een huurovereenkomst centraal, waarin een koopoptie is opgenomen voor het gehuurde perceel. Eiser vordert nakoming van de koopovereenkomst, stellende dat hij de koopoptie tijdig heeft ingeroepen. Gedaagde, Bedrijventerrein Stadskanaal, heeft de huurovereenkomst opgezegd, waardoor deze per 1 november 2023 is geëindigd.
De rechtbank stelt vast dat eiser wel degelijk partij is bij de huurovereenkomst, ondanks dat de overeenkomst op naam van een eenmanszaak staat. Vervolgens wordt geoordeeld dat de bepaling in artikel 6 van Pro de huurovereenkomst geen recht van eerste koop betreft, maar een koopoptie zoals bedoeld in artikel 6:219 lid 3 BW Pro. De koopoptie is onlosmakelijk verbonden met de huurovereenkomst en eindigt daarom met het einde van de huurovereenkomst.
Eiser heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd dat hij de koopoptie vóór het einde van de huurovereenkomst heeft ingeroepen. De enkele mondelinge stelling is onvoldoende tegen de gemotiveerde betwisting van gedaagde. Hierdoor is geen koopovereenkomst tot stand gekomen en wordt de primaire vordering afgewezen. Ook de subsidiaire vordering, gebaseerd op een recht van eerste koop, wordt afgewezen.
In reconventie wordt het conservatoir leveringsbeslag opgeheven omdat geen koop tot stand is gekomen. De proceskosten worden verdeeld, waarbij eiser wordt veroordeeld tot betaling van zijn eigen kosten en een dwangsom bij niet-naleving van het opheffen van het beslag. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en beveelt opheffing van het conservatoir leveringsbeslag.