Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
"Franekeradeel-Harlingen"en vastgesteld door:
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak draait het om een geschil over een vergoeding voor de aanleg van een middenspanningskabel op een perceel dat onderdeel is van een landinrichting in Franekeradeel-Harlingen. Verzoeker [A] stelt dat hij recht heeft op een vergoeding van €18.890,52 die Liander aan de vorige eigenaar [B] heeft betaald, omdat de kabel zonder zijn medeweten is aangelegd en het perceel daardoor in waarde zou zijn verminderd.
De rechtbank stelt vast dat het opstalrecht en de erfdienstbaarheid ten behoeve van de kabel niet in de ruilakte zijn opgenomen en daardoor volgens de titelzuiverende werking van de ruilakte zijn vervallen. Hoewel de kabel nog aanwezig is, is er geen verrekenpost opgenomen in de lijst der geldelijke regelingen (LGR) die vergoeding mogelijk maakt. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de kabel het agrarisch gebruik beperkt of tot waardevermindering leidt.
De rechtbank oordeelt daarom dat het bezwaar ongegrond is. Daarnaast merkt de rechtbank op dat [B] zonder medeweten van [A] afspraken met Liander heeft gemaakt en de vergoeding heeft ontvangen, maar dit valt buiten de procedure. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen vergoeding voor de aanleg van de kabel wordt ongegrond verklaard en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.