ECLI:NL:RBNNE:2024:552
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voornaamswijziging wegens onvoldoende zwaarwichtig belang
De man heeft op 11 augustus 2023 een verzoek ingediend tot wijziging van zijn voornamen. De rechtbank heeft de zaak op 31 januari 2024 mondeling behandeld, waarbij de verzoeker en zijn advocaat niet zijn verschenen nadat hun verzoek tot videodeelname was afgewezen.
De rechtbank baseert haar beoordeling op artikel 1:4 lid 4 BW Pro en jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin wordt gesteld dat voornamen onder het privé- en familieleven vallen en een zwaarwichtig belang vereist is voor wijziging.
De verzoeker stelde onder meer een verbroken band met zijn vader, problemen met de schrijfwijze van zijn tweede voornaam en een pestverleden. Omdat hij niet is verschenen om zijn verzoek toe te lichten, kon de rechtbank alleen op de schriftelijke stukken afgaan.
De rechtbank oordeelt dat de argumenten onvoldoende zwaarwegend zijn. Het ontbreken van contact met de vader en de schrijfwijze van de tweede voornaam zijn geen zwaarwichtig belang. Ook het argument over vindbaarheid voor pesters wordt niet gevolgd. De rechtbank wijst het verzoek af wegens onvoldoende onderbouwing van het zwaarwichtig belang.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de voornamen wordt afgewezen wegens onvoldoende zwaarwichtig belang.