ECLI:NL:RBNNE:2024:553
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontucht met minderjarig kind
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 23 februari 2024 een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontucht met zijn minderjarig kind gedurende de periode van januari 2020 tot januari 2022. De tenlastelegging betrof meerdere handelingen gericht op de blote vagina van het kind.
Tijdens de zitting op 9 februari 2024 verschenen verdachte en zijn raadsman, terwijl het openbaar ministerie werd vertegenwoordigd door een officier van justitie. Zowel de officier van justitie als de verdediging vorderden vrijspraak. De rechtbank overwoog dat in zedenzaken het bewijs vaak beperkt is tot de verklaring van het slachtoffer en de ontkenning van de verdachte, waardoor aanvullend steunbewijs noodzakelijk is.
De rechtbank achtte de verklaring van het minderjarige slachtoffer onvoldoende betrouwbaar, mede vanwege sturende vragen van de moeder en tegenstrijdige verklaringen van de oma. Daarnaast ontbrak onafhankelijk steunbewijs, aangezien verklaringen van de moeder en halfzus herleidbaar waren tot dezelfde bron. Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontucht met minderjarig kind.