ECLI:NL:RBNNE:2024:824

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
13 maart 2024
Publicatiedatum
13 maart 2024
Zaaknummer
18-158918-21
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs bezit vuurwapens en munitie

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 13 maart 2024 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bezit van meerdere vuurwapens en munitie op of omstreeks 12 november 2019 in de gemeente Weststellingwerf.

De tenlastelegging betrof onder meer een revolver, een pistool, onderdelen van vuurwapens en diverse soorten munitie. De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat niet kon worden bewezen dat verdachte de feitelijke beschikking over deze wapens en munitie had, mede omdat verdachte op dat moment in het ziekenhuis verbleef en de sleutel van haar woning aan haar ex-vriend had gegeven.

De verdediging voerde aan dat verdachte niet in de woning verbleef en geen sleutel bezat, zodat zij geen wetenschap had van de wapens en munitie. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om het bezit aan verdachte toe te rekenen en sprak haar vrij van alle tenlastegelegde feiten.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, waarbij drie rechters het vonnis ondertekenden. De vrijspraak volgt de lijn van het openbaar ministerie en de verdediging, waarbij het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs doorslaggevend was.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs dat zij de wapens en munitie voorhanden had.

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/158918-21
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 13 maart 2024 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 28 februari 2024.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. D.L.A.M. Pluijmakers, advocaat te Almere. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. Lübbers.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
zij op of omstreeks 12 november 2019 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meerdere wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een revolver, van het merk Charter Arms Corp. (type Undercover . 38 SPL) kaliber
.38 special) en/of
- een pistool (van het merk FN, type Baby Browning), kaliber 6.35 mm(.25 ACP),
zijnde (elk) een vuurwapen in de vorm van (respectievelijk) een pistool en/of een revolver en/of een pistool en/of
- een of meer onderdelen van vuurwapens, te weten patroonmagazijnen, van een of meer van die voornoemde (vuur)wapens, voorhanden heeft gehad;
2.
zij op of omstreeks 12 november 2019 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Weststellingwerf, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, een wapen van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een, alarmpistool van het merk Em-Ge, kaliber 6 mm, voorhanden heeft gehad;
3.
zij op of omstreeks 12 november 2019 te [plaats] , in elk geval gemeente Weststellingwerf, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, munitie van categorie II of III van de Wet wapens en munite, te weten
  • 2 kogelpatronen van het merk CBC (Companhia Brasileira de Cartuchos/.38 Speciel "Wadcutter"), kaliber .38 special en/of
  • 1 kogelpatroon, van het merk Fiocchi/volmantel, kaliber 6.35(.25 ACP) en/of
  • 1 kogelpatroon, kaliber 6.35(.25 ACP, en/of
  • 50 kogelpatronen, van het mer Fiocchi/Volmantel, kaliber 9mm LUGER (9xl9mm) en/of
  • een grote hoeveelheid, althans meerdere, knalpatronen, van het merk Huck Metaalwarenfabrik (type Oefen,Knal) kaliber 7,62x51, voorhanden heeft gehad;
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte de feitelijke beschikkingsmacht over de ten laste gelegde wapens en munitie heeft gehad, nu zij in het ziekenhuis verbleef en de sleutel van haar woning aan haar ex-vriend had gegeven.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte aantoonbaar niet in de woning verbleef op 12 november 2019 en in de periode daarvoor en dat zij bovendien niet over een sleutel van de woning beschikte. Verdachte had dan ook geen enkele wetenschap van de aanwezigheid van de in de tenlastelegging opgenomen voorwerpen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het onder 1., 2. en 3. tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt hiertoe dat is gebleken dat verdachte voorafgaand aan en op het moment waarop de wapens en munitie in haar woning zijn aangetroffen in het ziekenhuis verbleef. De rechtbank is -net als de officier van justitie en de verdediging- van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte de tenlastegelegde voorwerpen voorhanden heeft gehad.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1., 2. en 3. is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. de Jong, voorzitter, mr. M. Brinksma en mr. L.S. Langius, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 maart 2024.