Uitspraak
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte]
Procesverloop
Standpunt van de officier van justitie
Standpunt van de verdediging
Bewijsmiddelen
5.000,-
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 14 maart 2024 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in een zaak tegen veroordeelde, die samen met een medeverdachte werd veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen met gebruik van valse sleutels.
De officier van justitie vorderde een bedrag van €13.575,21, gebaseerd op onbevoegd gedane pintransacties en goederen, terwijl de verdediging stelde dat veroordeelde slechts een deel van het voordeel had genoten en dat een deel van het geld en de goederen niet aan haar toerekenbaar was.
De rechtbank baseerde haar schatting op proces-verbaal van bevindingen en andere bewijsmiddelen, corrigeerde het totaalbedrag met toestemming voor enkele transacties en de waarde van inbeslaggenomen goederen. Uiteindelijk werd het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €5.000,-, waarvan de helft, €2.500,-, aan veroordeelde werd toegerekend en als betalingsverplichting aan de staat werd opgelegd.
De rechtbank bepaalde tevens de maximale duur van gijzeling op 50 dagen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van mr. M.C. Fuhler.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €2.500,- aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.