ECLI:NL:RBNNE:2024:858
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek afkondigen afkoelingsperiode op grond van de WHOA wegens onvoldoende aannemelijkheid van insolventietoestand
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 4 maart 2024 het verzoek van drie besloten vennootschappen en een stichting tot het afkondigen van een afkoelingsperiode op grond van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA). Verzoekers hadden verklaringen gedeponeerd en een verzoekschrift ingediend waarin zij stelden dat zij niet in staat zijn om aan een veroordeling tot betaling van ruim €460.000 te voldoen, en dat executie van het vonnis de continuïteit van hun onderneming zou bedreigen.
De rechtbank stelde vast dat verzoekers gekozen hadden voor een besloten akkoordprocedure en dat zij bevoegd waren om dit verzoek in te dienen. Tijdens de zitting werd het verzoek toegelicht en werd een zienswijze van de schuldeiser ingebracht, die stelde dat het verzoek summier was en onvoldoende onderbouwd met financiële overzichten en prognoses. De schuldeiser betoogde dat het verzoek er vooral op gericht was om executie te frustreren en dat zij door een afkoelingsperiode in haar belangen zou worden geschaad.
De rechtbank oordeelde dat verzoekers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij zich in de WHOA-toestand bevinden, namelijk dat zij niet meer aan hun lopende verplichtingen kunnen voldoen en dat een toekomstige insolventie onafwendbaar is zonder schuldenherstructurering. Verzoekers hadden geen liquiditeitsprognoses of andere financiële onderbouwing verstrekt, terwijl de schuldeiser juist had aangetoond dat verzoekers over voldoende middelen beschikken. Hierdoor werd het verzoek tot afkondiging van de afkoelingsperiode afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de WHOA-toestand.