ECLI:NL:RBNNE:2025:1007

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
14 januari 2025
Publicatiedatum
18 maart 2025
Zaaknummer
18-244656-22 ontneming
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Schikking
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Wetboek van StrafrechtArt. 6:4:18 Wetboek van StrafvorderingArt. 511c Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging zaak ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na schikking

Het Openbaar Ministerie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten bedrage van €180.074,22 van de veroordeelde. De zaak werd behandeld op 2 en 5 december 2024, waarbij de veroordeelde verscheen met zijn advocaat. Tijdens de zitting op 2 december 2025 werd een schikking bereikt waarbij een bedrag van €36.679,11 werd voldaan en betalingsafspraken werden gemaakt.

Het Openbaar Ministerie verzocht daarop de rechtbank om de zaak van rechtswege te beëindigen op grond van artikel 6:4:18 Wetboek Pro van Strafvordering juncto artikel 511c Sv, omdat aan de voorwaarden van de schikking was voldaan. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde de zaak van rechtswege geëindigd.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden op 14 januari 2025. Eén van de rechters was niet in staat mede te ondertekenen. De beslissing betreft een declaratoire uitspraak dat de zaak is beëindigd vanwege de schikking en betaling door de veroordeelde.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de ontnemingszaak van rechtswege beëindigd na betaling van het schikkingsbedrag door de veroordeelde.

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/244656-22
beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 14 januari 2025 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
in de zaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] , wonende te [adres]
,
hierna te noemen: veroordeelde.

Procesverloop

Het Openbaar Ministerie heeft op 29 februari 2024 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van 180.074,22 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/244656-22 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.
De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 2 en 5 december 2024.
Veroordeelde is verschenen, bijgestaan door mr. F. Visser, advocaat te Utrecht. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Houwink en
mr. D. Roggen. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 7 januari 2024. Veroordeelde en zijn raadsman zijn toen niet ter terechtzitting verschenen. Het Openbaar Ministerie is toen ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. Lübbers.

Beoordeling

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 2 december 2025 heeft de officier van justitie te kennen gegeven dat met de veroordeelde tot overeenstemming is gekomen ten aanzien van het te betalen bedrag. In totaal is er geschikt op 36.679,11, zijn er betalingsafspraken gemaakt en is het overeengekomen bedrag inmiddels voldaan. Het Openbaar Ministerie heeft vervolgens gevorderd dat de rechtbank de voorliggende zaak van rechtswege beëindigd verklaart.
Op grond van het bepaalde in artikel 6:4:18 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv), juncto artikel 511c Sv, is door voldoening aan de voorwaarden van een schikking van de officier van justitie met de veroordeelde, indien de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel reeds is ingediend, de zaak van rechtswege geëindigd.
De rechtbank zal in haar beslissing de officier van justitie volgen in zijn standpunt dat in deze situatie een declaratoire beslissing in de rede ligt.

Beslissing

De rechtbank
- Verstaat dat de zaak van rechtswege is geëindigd.
Deze uitspraak is gegeven door mr. T.M.L. Wolters, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en
mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door mr. D.H. Röben, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 14 januari 2025.
mr. E.P. van Sloten is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.