ECLI:NL:RBNNE:2025:1010
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na medeplegen diefstal met valse sleutels
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 25 februari 2025 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor medeplegen van diefstal met valse sleutels.
De ontnemingsvordering betrof een bedrag van €8.588,82, gebaseerd op pintransacties van veroordeelde in september 2024, afkomstig van drie slachtoffers. De rechtbank ging uit van een gelijke verdeling van het voordeel tussen veroordeelde en medepleger, waardoor het toe te rekenen voordeel aan veroordeelde werd vastgesteld op €4.294,41.
De verdediging stelde primair dat de vordering moest worden afgewezen vanwege een bepleite vrijspraak, maar erkende dat bij bewezenverklaring het berekende bedrag reëel was. De rechtbank legde de betalingsverplichting op aan veroordeelde en bepaalde tevens de maximale duur van gijzeling op 85 dagen.
De beslissing is genomen op basis van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en de bewijsmiddelen uit het vonnis van de hoofdzaak. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van H. Brouwer.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €4.294,41 aan de staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.