ECLI:NL:RBNNE:2025:1199

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
19 maart 2025
Publicatiedatum
2 april 2025
Zaaknummer
11277034 BU VERZ 24-2065 en 11277001 BU VERZ 24-2062
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. R315B Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging van tweede boete voor stilstaan op trottoir wegens afwezigheid sleutels

Betrokkene kreeg twee boetes opgelegd wegens het stilstaan op het trottoir met een bedrijfsauto binnen 24 uur. De eerste boete werd terecht opgelegd omdat het parkeren op het trottoir niet was toegestaan en betrokkene dit niet betwistte.

De tweede boete werd opgelegd toen de auto nog steeds op het trottoir stond, maar betrokkene kon de auto niet verplaatsen omdat zijn zoon, die de auto had geparkeerd en de sleutel meenam naar een andere plaats, afwezig was. De kantonrechter oordeelde dat hoewel betrokkene een risico nam door de auto te laten staan, het onredelijk was om te verwachten dat de zoon de auto eerder zou verplaatsen.

Daarom werd het beroep tegen de eerste boete ongegrond verklaard en het beroep tegen de tweede boete gegrond verklaard, waarbij de sanctie voor de tweede boete werd gematigd tot 50% van het oorspronkelijke bedrag. Betrokkene krijgt het teveel betaalde bedrag terug.

Uitkomst: Eerste boete bevestigd, tweede boete gematigd tot 50% wegens afwezigheid sleutels en onmogelijkheid direct te verplaatsen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummers: 262446367 en 262446351
zaaknummers: 11277034 BU VERZ 24-2065 en 11277001 BU VERZ 24-2062
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
19 maart 2025 in de beroepen inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door

[betrokkene] (betrokkene),

die woont in [woonplaats] .
Zitting hebben
als kantonrechter : mr. P.G. Wijtsma
als griffier : D.W. Veenstra
Betrokkene is op de zitting verschenen, vergezeld door zijn zoon [naam] , die het beroepschrift voor hem heeft opgesteld. Als vertegenwoordiger van de officier van justitie is verschenen mr. P. Belopavlovic (de vertegenwoordiger).
Er zijn twee verkeersboetes aan betrokkene opgelegd. Vanwege de onderlinge samenhang van de zaken vindt de behandeling van de beroepen gevoegd plaats en doet de kantonrechter één uitspraak.
De eerste verweten gedraging (24-2065) is R315B – ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 26 oktober 2023, om 16:14 uur, in de [locatie] , met een bedrijfsauto met kenteken [kenteken] . De opgelegde sanctie bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
De tweede verweten gedraging (24-2062) is R315B – ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 27 oktober 2023, om 10:02 uur, in de [locatie] , met een bedrijfsauto met kenteken [kenteken] . De opgelegde sanctie bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene betwist de gedragingen niet. Vanwege parkeerproblemen in de straat wordt hij soms gedwongen om (tijdelijk) op de stoep te parkeren. Hij verplaatst de auto zodra er ruimte is en als hij af en toe een boete krijgt, accepteert hij dat. Twee keer binnen 24 uur wordt hem echter te gortig. In dit geval had zijn andere zoon de auto geparkeerd op het trottoir. Toen hijzelf aan kwam rijden met zijn bedrijfsbus, was de verbalisant net bezig met het uitschrijven van de eerste bekeuring. Zijn zoon, die toen in Assen zat, had de sleutel mee, waardoor betrokkene de auto niet kon verplaatsen. De zoon kwam de volgende dag weer terug uit Assen, waarna hij de auto heeft verplaatst. De tweede bekeuring was toen echter al opgelegd.
De vertegenwoordiger stelt dat parkeerproblemen voor elke stadsbewoner in Nederland gelden. Als op het trottoir parkeren getolereerd zou worden, zou dit volgens hem tot chaos leiden. Er is veel rechtspraak over het opleggen van twee boetes binnen 24 uur. In het arrest van 27 oktober 2014 heeft het hof bepaald dat dit mag, zo lang er een aankondiging van beschikking of andere vorm van waarschuwing is geweest. [1] Vervolgens is het de vraag of het redelijk is. Bij een vakantie is het niet redelijk, bij een paar uur ook niet. In dit geval zat er 18 uur tussen en is betrokkene aangesproken, waardoor de tweede sanctie volgens de vertegenwoordiger terecht is opgelegd toen de overtreding niet is beëindigd. Hij stelt dat betrokkene zijn zoon had kunnen bellen om te zeggen dat de auto weg moest.
De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. Hij overweegt daarbij als volgt.
De verkeersovertredingen kunnen worden vastgesteld omdat betrokkene ze niet betwist.
De kantonrechter oordeelt dat de eerste boete terecht is opgelegd. Betrokkene is aangesproken en er was sprake van een overtreding. De auto mocht niet op het trottoir staan. Betrokkene (of zijn zoon) had de auto ergens anders moeten parkeren, parkeerproblemen of niet.
De kantonrechter matigt de tweede boete echter tot de helft. Hij overweegt hierbij dat het een afweging is tussen enerzijds het negeren van de waarschuwing en het nemen van een risico door de auto te laten staan en anderzijds het feit dat de sleutels er niet waren, waardoor de auto niet direct verplaatst kon worden. Betrokkene heeft een risico genomen, maar om de zoon vanuit Assen te laten komen om de sleutels te brengen, terwijl hij de volgende dag toch al thuis zou komen, is niet realistisch.
De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie in de zaak 24-2065 ongegrond;
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie in de zaak 24-2062 gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • wijzigt die inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 64,00 (inclusief administratiekosten);
  • bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
griffier, kantonrechter,

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden d.d. 27 oktober 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:8214.