In deze zaak staat een overeenkomst van aanneming van werk centraal waarbij Auws Afbouwbedrijf V.O.F. een verbouwing van een woning van [gedaagden] zou uitvoeren tegen een aanneemsom van €61.580,00. Tijdens de uitvoering ontstond onenigheid over meerwerk en de hoogte van de facturen. [gedaagden] betaalde slechts €29.350,00 en betwistte de omvang en kosten van het meerwerk.
Auws vorderde betaling van het restant van de aanneemsom en het meerwerk, terwijl [gedaagden] stelde dat de offerte was gemanipuleerd en dat het meerwerk onvoldoende was onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat Auws onvoldoende had aangetoond welk deel van de werkzaamheden was afgerond en dat het meerwerk niet duidelijk en tijdig was gecommuniceerd, waardoor sprake was van een oneerlijke handelspraktijk.
Daarnaast wees de rechtbank de vordering van [gedaagden] af die schadevergoeding eiste wegens het niet nakomen van een fatale opleveringstermijn, omdat deze termijn niet voldoende was vastgesteld. Beide partijen werden veroordeeld in hun proceskosten, die uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard.