Aan betrokkene werd een boete van €159 opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2) op 20 december 2022 in Sneek. Betrokkene voerde aan dat hij na het inrijden van de geslotenverklaring was gekeerd en dat hij ten onrechte niet was staande gehouden.
De kantonrechter oordeelde dat de verbalisant terecht geen staandehouding verrichtte omdat er geen reële mogelijkheid was om de bestuurder tot stilstand te manen, waardoor de sanctie terecht aan de kentekenhouder werd opgelegd. De kantonrechter stelde dat betrokkene zich had moeten vergewissen van de bebording en dat het keren na het inrijden van de geslotenverklaring niet voorkomt dat een boete mag worden opgelegd.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, waardoor de kantonrechter het sanctiebedrag matigde met 25%, waardoor de boete werd verlaagd naar €121,50. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gedeeltelijk gewijzigd en het teveel betaalde bedrag wordt gerestitueerd.
De uitspraak werd direct na de zitting op 11 maart 2025 gedaan door de kantonrechter in Leeuwarden. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.