De rechtbank Noord-Nederland heeft in deze zaak geoordeeld over de erkenning van een in Egypte gesloten huwelijk tussen partijen volgens het koptisch-orthodoxe recht. Het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) heeft geconcludeerd dat het huwelijk rechtsgeldig tot stand is gekomen en voldoet aan alle wettelijke vereisten, zonder dat erkenning in Nederland strijdig is met de openbare orde.
Vervolgens heeft de rechtbank het verzoek tot echtscheiding toegewezen op grond van duurzame ontwrichting van het huwelijk. Hoewel de vrouw geen ouderschapsplan heeft overgelegd, werd dit niet als belemmering gezien vanwege de bijzondere omstandigheden en de lopende hulpverleningstrajecten. De rechtbank heeft de beslissingen over het gezag, zorgregeling en kinderalimentatie aangehouden in afwachting van een eindrapportage van het Kenniscentrum Kind en Echtscheiding.
De procedure wordt voortgezet met een mondelinge behandeling gepland in juni 2025. De kosten van het deskundigenonderzoek door het IJI komen voor rekening van de staat. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2025 door kinderrechter J. Teertstra.