ECLI:NL:RBNNE:2025:1507

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
22 april 2025
Publicatiedatum
22 april 2025
Zaaknummer
18-085884-22
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens persoonlijkheidsstoornis en recidiverisico

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 22 april 2025 besloten de terbeschikkingstelling (TBS) van de veroordeelde met twee jaren te verlengen. De TBS was aanvankelijk opgelegd wegens poging zware mishandeling, onbruikbaar maken van enig goed en bedreiging en is gestart op 22 april 2023.

De verlenging is gebaseerd op het advies van het behandelteam van de inrichting waar de veroordeelde verblijft. Hierin wordt gesteld dat de veroordeelde lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische kenmerken, een stoornis in alcoholgebruik en zwakbegaafdheid. Hoewel het alcoholgebruik onder controle is, stagneert de behandeling van de persoonlijkheidsproblematiek door vergelijkbare dynamieken als ten tijde van het delict. Hierdoor is het risico op gewelddadige recidive bij het wegvallen van zorg en controle matig tot hoog.

De deskundige bevestigde het advies tijdens de zitting en gaf aan dat de diagnostiek voldoende helder is en dat de veroordeelde baat heeft bij directe feedback. Er is nog geen begeleid verlof toegekend vanwege een lopende aangifte tegen de veroordeelde en een strenge interne verlofcommissie.

De raadsman vroeg om een verlenging van één jaar vanwege positieve ontwikkelingen, maar de rechtbank vond dat het behandeltraject langer dan een jaar zal duren en verlengde daarom de TBS met twee jaren. De beslissing is genomen met inachtneming van de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling van de veroordeelde met twee jaren.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/085884-22
beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 22 april 2025 in de rechtbank Noord-Nederland
in de zaak tegen

[veroordeelde]

veroordeelde,
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] , thans verblijvende in [instelling] .

Procesverloop

De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van de veroordeelde zal verlengen met twee jaren.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 8 april 2025, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, zijn raadsman mr. A.R. Ytsma, advocaat te Amsterdam, de officier van justitie mr. P. van der Vliet en mevrouw
L. Bovée als deskundige.
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het door het hoofd van de inrichting ondertekende rapport met advies d.d. 21 februari 2025, van het behandelteam van de instelling waar de veroordeelde van overheidswege wordt verpleegd en de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde.

Motivering

De opgelegde terbeschikkingstelling
Bij vonnis van 18 november 2022 heeft de rechtbank de veroordeelde wegens onder meer poging zware mishandeling, onbruikbaar maken van enig goed en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege.
De terbeschikkingstelling is aangevangen 22 april 2023.
Het advies van de instelling
De instelling adviseert de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. In het verlengingsadvies is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
Bij veroordeelde is sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistischte kenmerken, een stoornis in alcoholgebruik en zwakbegaafdheid.
Hoewel het alcoholmisbruik in de huidige gereguleerde omgeving onder controle is, wordt de behandeling van de onderliggende persoonlijkheidsproblematiek belemmerd door een vergelijkbare dynamiek als aanwezig ten tijde van het indexdelict. Het huidig diagnostisch beeld biedt onvoldoende aanknopingspunten om de stagnerende behandeling vlot te trekken en vraagt nadere aanscherping om voldoende zicht te hebben op risicofactoren en het benodigde risicomanagement. Dit maakt ook dat er tot op heden nog geen intern akkoord is gegeven voor het aanvragen van (begeleid) verlof.
De inschatting van risico op gewelddadige recidive wordt, gegeven het huidige risicomanagement in een klinische setting, als laag tot matig beoordeeld. Bij wegvallen van zorg, structuur, aansturing en externe controle wordt dit risico matig tot hoog ingeschat.
Het streven van de kliniek is om binnen de komende twee jaren toe te werken naar overplaatsing naar beveiligingsniveau 2 en het starten met onbegeleide verloven. Binnen deze termijn acht de kliniek een voorwaardelijke beëindiging van de tbs, gezien de huidige risicotaxatie en uitblijvende behandelresultaten, niet haalbaar.
De deskundige heeft tijdens de zitting van 8 april 2025 het advies bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in:
Ik ben sinds kort de regiebehandelaar van veroordeelde en het contact tussen de veroordeelde en mij verloopt goed. Anders dan in het verlengingsadvies staat, is de diagnostiek van veroordeelde naar mijn mening voldoende helder en hoeft er geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Zoals veroordeelde ter zitting zelf ook heeft gezegd is hij de laatste maanden meer open. Wel merken wij dat veroordeelde best wel vertelt, maar dat hij niet bij zijn gevoelsbeleving komt. Eerder heeft veroordeelde individuele schematherapie gevolgd. Naar mijn mening is hij meer gebaat bij directe feedback op de afdeling. Er is op dit moment nog geen begeleid verlof. De aanvragen voor begeleid verlof zijn eerder afgewezen. Er ligt een nieuw verlofplan, maar er is recent aangifte gedaan tegen veroordeelde. In afwachting van wat er met deze aangifte gaat gebeuren, is de verlofaanvraag nog niet ingediend.
De verlofaanvragen worden binnen de kliniek door een interne toetsingscommissie beoordeeld. Deze commissie is best streng. Daarbij speelt in het geval van veroordeelde mee dat de therapeut heeft aangegeven dat de schematherapie onvoldoende resultaat heeft opgeleverd. Dit roept bij de commissie
onder meer de vraag op of de diagnostiek wel klopt, waardoor de commissie van oordeel is dat een verlofaanvraag niet verantwoord is.
Voor de komende verlengingsperiode wordt verwacht, afhankelijk van wat de recente aangifte tegen veroordeelde voor gevolg heeft, dat afschaling naar een FPA haalbaar is. Daarvoor moet eerst het verlofplan worden goedgekeurd, waarna begeleid verlof kan worden opgebouwd. Over de vraag of een veroordeelde eerst onbegeleid verlof moet hebben, voordat hij kan overstappen naar beveiligingsniveau 2, wordt binnen de kliniek regelmatig gediscussieerd. Als wij een overstap goed kunnen beargumenteren zou een overstap zonder onbegeleid verlof eventueel wel mogelijk zijn.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaren.
Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman
De veroordeelde en zijn raadsman hebben zich niet verzet tegen een verlenging van de terbeschikkingstelling, maar hebben verzocht de termijn op één jaar te stellen.
Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat er bij veroordeelde sprake is van een positieve ontwikkeling, omdat hij aan alles meewerkt. Veroordeelde heeft alleen nog geen begin kunnen maken met begeleid verlof. De raadsman verwondert zich er over dat de interne verlofcommissie tot drie keer toe de verlofaanvraag heeft afgewezen. Er ligt een aangifte van een zedenfeit door de ex-partner van veroordeelde, die op dit moment wordt onderzocht door politie en justitie. Het is niet duidelijk of veroordeelde voor dit feit vervolgd zal gaan worden. Gevolg hiervan is echter wel dat er tot die tijd geen nieuwe verlofaanvraag kan worden ingediend. Vanwege deze onzekerheden vraagt de raadsman om de termijn met één jaar te verlengen, zodat de rechtbank een vinger aan de pols kan houden en over een jaar kan kijken naar de stand van zaken.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt op grond van de overwegingen in het onderliggende vonnis van
18 november 2022 vast dat de terbeschikkingstelling niet in duur beperkt is en dus verlengd kan worden.
Op grond van de inhoud van voormeld advies, de door de deskundige gegeven toelichting en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen vereist dat de termijn van de dwangmaatregel wordt verlengd. Er is nog sprake van een ziekelijke stoornis en het gevaar voor herhaling wordt als matig tot hoog ingeschat.
Ten aanzien van de duur van de verlenging overweegt de rechtbank het volgende. Uit het verlengingsadvies en de toelichting ter zitting blijkt dat de komende periode zal worden toegewerkt naar afschaling richting een FPA. De verwachting van de kliniek is dat het traject van de veroordeelde langer dan een jaar zal gaan duren. De rechtbank hanteert als uitgangspunt dat, indien aannemelijk is geworden dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging met één jaar, de terbeschikkingstelling in beginsel verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen, zoals door de raadsman is verzocht.
De rechtbank zal de terbeschikkingstelling, overeenkomstig de vordering en het verlengingsadvies, met twee jaren verlengen.
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van de veroordeelde met twee jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. A. de Jong, voorzitter, mr. M.J. Dijkstra en
mr. H.P. Eckert, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 april 2025.