Eiseres vroeg op 22 december 2022 een omgevingsvergunning aan voor de bouw van drie recreatiewoningen op een perceel te Buren. Het college weigerde de vergunning aanvankelijk op 21 juli 2023, en herhaalde deze weigering met een gecorrigeerd besluit op 31 juli 2023. Eiseres stelde dat door het vervallen van het eerste besluit een vergunning van rechtswege was ontstaan, maar de rechtbank oordeelde dat het tweede besluit slechts een herstel betrof en dat de beslistermijn tijdig was gerespecteerd.
De rechtbank stelde vast dat het college ten onrechte de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor oppervlakte en bouwhoogte van de woningen had geweigerd, mede omdat de Welstandsnota en het positieve welstandsadvies niet juist waren toegepast. Ook was de motivering omtrent de diepte van de kelders onvoldoende en berustte deze op onjuiste feiten. De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de afwijking van de kelderdiepte niet toegestaan kon worden en dat de nadere toelichting ter zitting dit niet rechtvaardigde.
Verder was het besluit onvoldoende gemotiveerd met betrekking tot de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.