ECLI:NL:RBNNE:2025:1639
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging van Belgische confiscatiebeslissing
Veroordeelde stelde beroep in tegen de erkenning en tenuitvoerlegging in Nederland van een Belgische beslissing tot confiscatie van een geldbedrag van 33.062,50 euro, opgelegd in 2015. Zij voerde aan dat zij niet op de hoogte was van deze boete en dat de verjaringstermijn verstreken zou zijn. Tevens verzocht zij om kwijtschelding of vermindering van het bedrag vanwege haar betalingsonmacht.
De rechtbank oordeelde dat de verjaringstermijn van tien jaar opnieuw is gaan lopen na de opening van een strafuitvoeringsonderzoek in augustus 2023, waardoor de termijn voor tenuitvoerlegging nog niet is verstreken. Het feit dat veroordeelde tien jaar niets heeft vernomen over deze boete en niet in staat is het bedrag te betalen, vormt geen grond om de tenuitvoerlegging te weigeren.
De rechtbank benadrukte dat zij niet mag treden in het buitenlandse rechtsgeding en dat de wet en de toepasselijke EU-verordening geen ruimte bieden voor kwijtschelding of vermindering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot kwijtschelding niet-ontvankelijk.
De beslissing werd genomen door de meervoudige raadkamer van de Rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden op 23 april 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging van de Belgische confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot kwijtschelding niet-ontvankelijk.