ECLI:NL:RBNNE:2025:1640
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beslissing op beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse confiscatie
Op 22 november 2024 heeft de veroordeelde beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie tot erkenning en tenuitvoerlegging van een confiscatiebeslissing van 4 januari 2019, opgelegd door de Correctionele rechtbank Antwerpen, België, ter waarde van €148.627,55.
De raadsman voerde aan dat het onmogelijk is het bedrag te betalen vanwege afbetalingen en de verslechterde gezondheid van veroordeelde en zijn gezin. De officier van justitie stelde dat betalingsonmacht geen weigeringsgrond is volgens de geldende Europese verordening en de WWETGC.
De rechtbank oordeelt dat de persoonlijke omstandigheden en betalingsonmacht niet onder de weigeringsgronden vallen zoals genoemd in artikel 19 van Pro Verordening 2018/1805 en artikel 36 WWETGC Pro. Ook artikel 22 van Pro de verordening leidt niet tot weigering van erkenning.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van de Belgische confiscatie.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Belgische confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard.