Op 18 juni 2023 vond in een wellnessresort een incident plaats waarbij verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt aan aanranding en schennis van de eerbaarheid. De rechtbank oordeelde dat de aanranding niet wettig en overtuigend bewezen kon worden vanwege onvoldoende steunbewijs naast de verklaring van het slachtoffer.
Voor het tweede feit, schennis van de eerbaarheid, werd verdachte wel veroordeeld. Hij stond in een doucheruimte zichzelf af te trekken en maakte daarbij hijgende geluiden, wat als aanstootgevend en onfatsoenlijk werd beoordeeld. De verklaringen van het slachtoffer en getuigen ondersteunden dit.
De rechtbank legde een taakstraf van 30 uur op, mede gelet op de impact op het slachtoffer en het reclasseringsrapport. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van materiële en immateriële schadevergoeding aan het slachtoffer, met wettelijke rente en een gijzelingsmaatregel voor het geval van niet-betaling.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het meer of anders ten laste gelegde en wees een deel van de immateriële schadevergoeding af wegens niet-ontvankelijkheid, wat bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend.