ECLI:NL:RBNNE:2025:1760

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 april 2025
Publicatiedatum
9 mei 2025
Zaaknummer
11466720 BU VERZ 24-3117
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 11 Wahv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boete wegens niet verzekeren bromfiets gematigd wegens diefstal en omstandigheden

Betrokkene kreeg een boete van €429 opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van een verzekering voor een bromfiets. De overtreding werd vastgesteld op 13 juli 2023 via een RDW-registercontrole. Betrokkene stelde dat de bromfiets sinds 2017 gestolen was en dat hij hiervan aangifte had gedaan, maar dat de aangifte niet was geregistreerd vanwege het overlijden van de agent. De verzekering had destijds ook een uitkering gedaan. De bromfiets stond tot juni 2023 nog in een collectieve verzekering, waarna deze werd overgezet en het voertuig niet werd meegenomen vanwege de diefstal.

Betrokkene ontving in juni 2023 een brief van de RDW dat de scooter nog niet was vrijgewaar, waarna hij contact opnam en in november 2023 een vrijwaringsbewijs ontving. Door het tijdsverloop kon hij geen bewijs meer leveren. De kantonrechter stelde vast dat betrokkene de overtreding niet betwistte, maar wel omstandigheden aanvoerde die de boete konden matigen. Ook werd vastgesteld dat betrokkene onvoldoende financiële middelen had om zekerheid te stellen, waardoor het bedrag hiervoor op nul werd gezet.

De kantonrechter oordeelde dat betrokkene voldoende aannemelijk had gemaakt dat de bromfiets gestolen was en dat de diefstal buiten zijn schuld niet was geregistreerd. Daarnaast vond de kantonrechter het niet redelijk dat betrokkene de gevolgen van het handelen van zijn begeleider in het bezwaarschrift moest dragen. Daarom werd de boete gematigd tot nul euro en het teveel betaalde aan zekerheidstelling teruggegeven.

Uitkomst: De boete voor het niet verzekeren van de bromfiets is gematigd tot nul euro wegens diefstal en omstandigheden buiten betrokkene's schuld.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 260442020
zaaknummer: 11466720 BU VERZ 24-3117
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 16 april 2025
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gedraging waarvoor de boete is opgelegd is: ‘voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden’. Deze gedraging is op 13 juli 2023 om 17:05 uur vastgesteld door de RDW [1] in Veendam via een registercontrole en gaat over een tweewielige bromfiets met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 16 april 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Veenstra. Ook was een begeleider van betrokkene aanwezig ter ondersteuning.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Standpunten
2. Betrokkene voert aan dat de scooter sinds 2017 niet meer in zijn bezit is. Het voertuig is namelijk gestolen. Hier heeft betrokkene ook aangifte van gedaan bij een agent. Maar de agent heeft deze aangifte niet geregistreerd, omdat hij die week is overleden. De verzekering heeft toen ook geld uitgekeerd voor de scooter. Het voertuig zat van april 2017 tot juni 2023 nog in een collectieve verzekering. Maar deze verzekering werd daarna overgezet. Omdat dit voertuig was gestolen is deze niet meegegaan naar de nieuwe verzekering. Vervolgens kreeg betrokkene op 23 juni 2023 een brief van de RDW waarin ze aangaven dat de scooter nog niet gevrijwaard was. Betrokkene heeft toen gelijk contact opgenomen met de RDW om de vrijwaring te regelen. Betrokkene heeft op 8 november 2023 een vrijwaringsbewijs ontvangen van de RDW. Door tijdsverloop is hij niet in staat om bewijs te leveren.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat de sanctie met 50% gematigd moet worden.
Overwegingen
3.1.
De kantonrechter stelt allereerst vast dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld. Betrokkene moet (tijdig) een bedrag betalen als zekerheid voor de boete en de administratiekosten. [2]
3.2.
Betrokkene heeft verklaard dat hij over onvoldoende financiële middelen om de boete te betalen. Op de zitting heeft hij hiervan bewijs laten zien aan de kantonrechter.
3.3.
De kantonrechter ziet daarom aanleiding om het te betalen bedrag aan zekerheid op nul te zetten.
4. Betrokkene betwist de gedraging niet, maar voert argumenten aan ter verklaring. Daarmee is de gedraging komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
4.1.
De kantonrechter ziet, in de door betrokkene aangevoerde omstandigheden, aanleiding om de boete te matigen tot nul euro. Betrokkene heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het voertuig was gestolen en dat de diefstal buiten zijn schuld om niet is geregistreerd. Ook heeft betrokkene uitgelegd waarom de verzekering in eerste instantie heeft doorgelopen vanwege een collectieve verzekering. De vertegenwoordigster heeft erop gewezen dat betrokkene in zijn bezwaarschrift heeft opgeschreven dat hij op 23 juni 2023 een brief heeft ontvangen van het RDW met een waarschuwing. Betrokkene heeft aangegeven dat hij niet zelf het bezwaarschrift heeft opgesteld, maar een begeleider. Hij heeft alleen een handtekening gezet. De kantonrechter vindt niet dat het in dit geval voor zijn rekening en risico moet komen dat zijn begeleider deze waarschuwingsbrief niet aan betrokkene heeft gegeven en/of er geen actie op heeft ondernomen.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot nul euro;
  • bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Voetnoten

1.Rijksdienst voor wegverkeer
2.Artikel 11 van Pro de Wahv.