Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2025:1775

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
25 maart 2025
Publicatiedatum
12 mei 2025
Zaaknummer
18.730553.16
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens hoog recidiverisico

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 25 maart 2025 besloten de terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging van de veroordeelde te verlengen met één jaar. De tbs was eerder opgelegd wegens een poging tot zware mishandeling van een ambtenaar en was reeds meerdere malen verlengd.

De verlenging is gebaseerd op een advies van het behandelteam van de instelling waar de veroordeelde verblijft. De veroordeelde is gediagnosticeerd met schizofrenie, een neurocognitieve stoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis in langdurige remissie. Hoewel hij stabiel functioneert en zelfstandig woont met ambulante begeleiding, is er een hoog recidiverisico bij beëindiging van de maatregel. De deskundige bevestigde dat de stappen naar volledige vrijheid geleidelijk moeten verlopen om stabiliteit te waarborgen.

De verdediging verzocht om aanhouding van de beslissing om nader onderzoek te laten doen naar een mogelijke voorwaardelijke beëindiging, maar de rechtbank wees dit af. De rechtbank achtte verlenging noodzakelijk om de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid te waarborgen. Er wordt een traject gevolgd met proefverlof als voorbereiding op een mogelijke voorwaardelijke beëindiging in de toekomst.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar en wijst het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging af.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
Parketnummer 18-730553-16
beslissing van de meervoudige strafkamer van 25 maart 2025 in de rechtbank Noord-Nederland op een vordering van de officier van justitie strekkende tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling
in de zaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: de veroordeelde.

Procesverloop

De officier van justitie heeft op 30 januari 2025 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging (hierna: de tbs) van de veroordeelde zal verlengen met één jaar.
De behandeling van de vordering heeft plaatsgevonden op 11 maart 2025, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, zijn raadsman mr. E. Albayrak, advocaat te Heerenveen, de officier van justitie mr. E. Hellinga en mevrouw J. Jonge als deskundige.
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het door het (plaatsvervangend) hoofd van de inrichting ondertekende rapport met advies van 24 januari 2025 van het behandelteam van de instelling waar de veroordeelde van overheidswege wordt verpleegd en de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde.

Motivering

De opgelegde terbeschikkingstelling
Bij arrest van 15 maart 2019 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden locatie Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland locatie Leeuwarden van 3 april 2018 bevestigd, waarin de veroordeelde wegens een poging tot zware mishandeling van een ambtenaar ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. De tbs is aangevangen op 30 maart 2019 en laatstelijk bij beslissing van 28 maart 2023 verlengd met twee jaren.
Het advies van de instelling
De instelling adviseert de termijn van de tbs te verlengen met één jaar. In het verlengingsadvies is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
De veroordeelde is gediagnosticeerd met schizofrenie en een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis. Daarnaast is bij de veroordeelde sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis, die in een gereguleerde omgeving in langdurige remissie is. Verder functioneert de veroordeelde op emotioneel gebied op een laag niveau en is er sprake van een uitgestelde diagnose die betrekking heeft op een ongespecificeerde psychotrauma- of stressor gerelateerde stoornis. De veroordeelde is inmiddels goed ingesteld op de anti-psychotische medicatie en hij is medicatietrouw.
In de afgelopen periode heeft de veroordeelde zich goed ingezet voor de delictgerelateerde behandeling waardoor zijn probleeminzicht is vergroot. De veroordeelde kan erkennen dat hij een kwetsbaarheid heeft en dat hij gevoelig is voor achterdocht en wantrouwen. Ook erkent hij een agressieprobleem te hebben. Gedurende de behandeling is er geen sprake geweest van agressie en er zijn geen aanwijzingen gevonden voor middelengebruik. De veroordeelde heeft sinds 2023 betaald werk en dit bevalt hem erg goed. Ook is in 2023 transmuraal verlof aan de veroordeelde verleend. Sinds december 2024 woont de veroordeelde zelfstandig met ambulante begeleiding vanuit het transmurale team, de AFPN en de reclassering. De veroordeelde is goed in staat om zijn draagkracht en draaglast in evenwicht te houden. Hij houdt zijn dagstructuur vast en zorgt goed voor zichzelf en zijn woonomgeving.
Binnen het huidige kader functioneert de veroordeelde stabiel. Wanneer de begeleiding weg valt, bestaat de kans dat hij zijn vragen niet kwijt kan waardoor de spanning zal opbouwen. Bij een toename aan spanning kan hij het overzicht verliezen en uit balans raken, waardoor er een toename kan zijn van risico’s op agressie en frustratie. Er is nog altijd sprake van een hoog recidiverisico bij het beëindigen van de maatregel. De problematiek van de veroordeelde vraagt om structuur en een kader die binnen de huidige maatregel kunnen worden geboden. Als de kaders nu weg vallen, is de veroordeelde nog onvoldoende toegerust met vaardigheden die hem kunnen beschermen tegen risicovolle situaties. Indien de veroordeelde stabiel blijft functioneren, wordt er over enkele maanden proefverlof aangevraagd. Daarmee wordt een volgende stap genomen ter voorbereiding op- en ter toetsing van een mogelijke voorwaardelijke beëindiging over één of twee jaren. Vanwege de kwetsbaarheid van de veroordeelde moeten de nog te nemen stappen geleidelijk verlopen en dit zal nog enige tijd in beslag nemen.
De deskundige J. Jonge heeft tijdens de zitting van 11 maart 2025 het advies bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in:
De veroordeelde woont sinds kort zelfstandig en dat doet hij heel goed, net als alle voorgaande stappen. Er moet echter voor worden gewaakt dat het einde van het traject te haastig wordt doorlopen. Het gaat nu heel goed met de veroordeelde en het is de bedoeling om de begeleiding stapsgewijs af te bouwen. Binnenkort zal een aanvraag voor proefverlof worden ingediend, waarmee in augustus 2025 zou kunnen worden gestart. Het is de algemene ervaring dat wanneer de stappen te groot worden en de begeleiding te snel wordt afgebouwd, mensen daardoor uit balans worden gebracht. Een verlenging van de dwangverpleging is op dit moment noodzakelijk om de stabiliteit te kunnen waarborgen en te kunnen voorkomen dat er onnodige risico’s worden genomen. Een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging zou op korte termijn grote veranderingen met zich meebrengen. Het traject van proefverlof gaat geleidelijker dan een voorwaardelijke beëindiging en wij gunnen het de veroordeelde dat het goed blijft gaan.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met één jaar.
Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat deze zaak zich leent voor een voorwaardelijke beëindiging en heeft dit verzoek als volgt toegelicht. Uit het verlengingsadvies blijkt dat het recidiverisico in het geval van een voorwaardelijke beëindiging wordt ingeschat als matig. De veroordeelde heeft er vertrouwen in dat hij de benodigde stappen ook in het kader van een voorwaardelijke beëindiging kan zetten en daarbij de positieve lijn kan vasthouden. De raadsman heeft dan ook verzocht de beslissing voor maximaal drie maanden aan te houden, zodat de reclassering kan rapporteren over de eventuele mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.
Het oordeel van de rechtbank
De opleggingsrechter heeft duidelijk gemotiveerd dat sprake is van een geweldsmisdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is derhalve niet in duur beperkt en kan dus verlengd worden.
Op grond van de inhoud van voormeld advies, de door de deskundige gegeven toelichting en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen vereist dat de termijn van de dwangmaatregel wordt verlengd. De rechtbank overweegt daartoe dat de stoornissen bij de veroordeelde nog aanwezig zijn en dat het recidiverisico bij het beëindigen van de maatregel hoog is. Uit het verlengingsadvies blijkt dat de veroordeelde sinds enkele maanden op zichzelf woont met ambulante begeleiding. De veroordeelde heeft daarmee stappen gezet in het uitbreiden van zijn vrijheden. In de komende periode wordt er door proefverlof een volgende stap in het traject genomen. Die stap dient ter voorbereiding op en ter toetsing van een mogelijke voorwaardelijke beëindiging in de nabije toekomst. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat er sprake is van een positieve ontwikkeling, maar dat er nog de nodige stappen moeten worden gezet voordat op een verantwoorde wijze kan worden toegewerkt naar een voorwaardelijke beëindiging van de dwangmaatregel. Op dit moment acht de rechtbank verlenging van de dwangmaatregel dan ook nog aangewezen. De rechtbank zal de tbs, overeenkomstig de vordering en het verlengingsadvies, met één jaar verlengen.
Afwijzing verzoek tot het opstellen van een maatregelenrapport
Het verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging door de reclassering wordt afgewezen. De rechtbank vindt een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel op dit moment niet passend, gelet op de gefaseerde uitbreiding van de vrijheden van de veroordeelde en de stappen die nog moeten worden gezet in zijn traject. Uit het verlengingsadvies en de toelichting van de deskundige daarop blijkt dat het van belang is dat de nog te nemen stappen geleidelijk verlopen, zodat de stabiliteit kan worden gewaarborgd en er geen onnodige risico’s worden genomen. Vanuit het oogpunt van risicomanagement dient naar het oordeel van de rechtbank het traject dat door de kliniek is ingezet dan ook te worden voortgezet.
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank wijst af het verzoek tot aanhouding van de beslissing om onderzoek te laten doen naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel.
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van de veroordeelde met één jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. G.C. Koelman, voorzitter, mr. M.J. Dijkstra en mr. H.P. Eckert, rechters bijgestaan door mr. M.A. Toussaint, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 25 maart 2025.