Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2025:1823

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
22 april 2025
Publicatiedatum
13 mei 2025
Zaaknummer
11348489 BU VERZ 24-2435
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete voor rijden met onvoldoende profieldiepte banden onder bijzondere omstandigheden

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het rijden met een voertuig waarvan twee banden niet voldeden aan de wettelijke profieldiepte-eisen. Deze overtreding vond plaats op 18 november 2023 in Akkrum. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 22 april 2025 gaf betrokkene aan dat op de dag van de overtreding het huis van zijn vriend volledig was afgebrand. Hij hielp samen met anderen de inboedel over te brengen naar een andere woning en was daardoor niet bewust bezig met de staat van de banden van het voertuig, dat bovendien niet van hem was.

De kantonrechter erkende de overtreding, maar achtte de omstandigheden zwaarwegend genoeg om de boete te matigen. De boete werd gehalveerd van €249 naar €129 inclusief administratiekosten. Betrokkene kreeg tevens het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug. De uitspraak werd mondeling gedaan en schriftelijk vastgelegd.

Uitkomst: De boete voor het rijden met onvoldoende profieldiepte banden is gematigd tot €129 vanwege bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 262419503
zaaknummer: 11348489 BU VERZ 24-2435
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 22 april 2025
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl twee banden niet voldoen aan de eisen ten aanzien van de profilering’, verricht op 18 november 2023, om 11:04 uur, aan de [locatie] in Akkrum, gemeente Heerenveen, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 249,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 22 april 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. S. Bayram (hierna: de vertegenwoordigster).
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene betwist de verweten gedraging niet, maar heeft aangevoerd dat in de nacht van [datum] het huis van zijn vriend aan de [locatie 2] in Akkrum volledig was afgebrand. Vroeg in de ochtend is hij samen met buurtbewoners en vrienden gaan helpen om de inboedel van de afgebrande woning over te brengen naar een andere woning. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij vervolgens werd staande gehouden voor deze gedraging en hij de agent heeft uitgelegd wat er aan de hand was. Betrokkene vindt dat de boete onmenselijk aanvoelt.
3.1
De vertegenwoordigster heeft de kantonrechter verzocht het boetebedrag te matigen met de helft, gelet op de bijzondere omstandigheden waaronder de gedraging is begaan.
Overwegingen
4 Omdat betrokkene de verweten gedraging niet betwist, kan deze worden vastgesteld. Vervolgens is de vraag of sprake is van omstandigheden die moeten leiden tot het matigen of achterwege laten van de boete.
4.1
In de door betrokkene aangevoerde omstandigheden ziet de kantonrechter voldoende aanleiding de boete te matigen. Betrokkene heeft van meet af aan aangevoerd dat er op de pleegdatum sprake was van een heftige situatie, namelijk dat het huis van zijn vriend volledig was afgebrand. De kantonrechter begrijpt dat betrokkene, die druk meehielp om de inboedel van de afgebrande woning over te brengen naar een andere woning, niet bezig was met de profilering van de banden van het voertuig, dat bovendien niet van hem was. Hoewel voertuigen te allen tijde aan de gestelde eisen moeten voldoen en de banden van het betrokken voertuig daarom een minimale profieldiepte van 1,6 millimeter hadden moeten hebben, zal de kantonrechter, gelet op de aangevoerde uitzonderlijke omstandigheden, de boete matigen met de helft. Dit maakt dat het boetebedrag wordt vastgesteld op € 129,00 inclusief administratiekosten.

Conclusie

De kantonrechter:
 verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
 vernietigt die beslissing;
 wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete tot € 129,00, inclusief administratiekosten;
 bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: