ECLI:NL:RBNNE:2025:1835

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 mei 2025
Publicatiedatum
14 mei 2025
Zaaknummer
LEE 25/1554
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbWet open overheid
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen openbaarmaking op grond van de Wet open overheid

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland heeft op 15 mei 2025 uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoekster bezwaar maakte tegen een besluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid (Woo).

Verzoekster had een verzoek ingediend voor openbaarmaking van documenten over het aanbieden van niet dode dieren aan het destructiebedrijf Rendac Son B.V. De minister besloot slechts een deel van de informatie openbaar te maken vanwege uitzonderingsgronden zoals eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige benadeling. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening tegen openbaarmaking.

De voorzieningenrechter oordeelde dat openbaarmaking tijdens de bezwaarprocedure de zin van het bezwaar zou ondermijnen en daarom de openbaarmaking werd geschorst tot twee weken na het besluit op bezwaar. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van € 385,- aan verzoekster. De uitspraak is zonder zitting gedaan en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding.

Uitkomst: De openbaarmaking wordt geschorst tot twee weken na het besluit op bezwaar en de minister moet het griffierecht vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/1554

uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 mei 2025 in de zaak tussen

[naam] , uit [woonplaats] , verzoekster

en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder

(gemachtigde: mr. C. Vooijs).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening van verzoekster tegen een besluit over openbaarmaking op grond van de Wet open overheid (Woo). Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk gegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom de verzoeken kennelijk gegrond zijn.
1.2.
Verweerder heeft met een besluit van 10 april 2025 beslist over openbaarmaking. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Op 6 september 2024 heeft de Stichting Animal Rights bij verweerder een verzoek op grond van de Woo ingediend. In dit verzoek wordt gevraagd om openbaarmaking van documenten over de periode 1 augustus 2023 tot en met 6 september 2024 die, kort gezegd, gaan over het aanbieden van niet dode dieren aan het destructiebedrijf Rendac Son B.V.
2.1.
In het bestreden besluit heeft verweerder besloten een deel van de gevraagde informatie openbaar te maken, voor zover deze is aangetroffen. Verweerder heeft gezien de uitzonderingsgronden ‘eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer’ en ‘het voorkomen van onevenredige benadeling’ tot beperkingen in de openbaarmaking besloten. Verweerder heeft de documenten nog niet feitelijk geopenbaard om belanghebbenden de gelegenheid te geven bezwaar te maken en te vragen om het treffen van een voorlopige voorziening.
2.2.
Bij schrijven van 10 april 2025 heeft verweerder aan verzoekster onder meer bericht dat zij twee weken de tijd krijgt om de openbaarmaking tegen te houden door bezwaar te maken en door te vragen om het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoekster is hiertoe overgegaan.
2.3.
Verweerder heeft de rechtbank desgevraagd bericht de openbaarmaking niet op te schorten hangende de bezwaarprocedure.
3. De rechtbank overweegt dat afwijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening zou betekenen dat de openbaarmaking reeds zal plaatsvinden voordat verweerder op grondslag van het bezwaar het bestreden besluit volledig heroverweegt. De bezwaarprocedure zou daarmee zinledig worden.

Conclusie en gevolgen

4. Het verzoek is daarom kennelijk gegrond. De voorzieningenrechter treft de voorziening dat geen openbaarmaking zal plaatsvinden tot twee weken na het te nemen besluit op bezwaar.
5. Gezien de toewijzing van het verzoek ziet de voorzieningenrechter aanleiding te bepalen dat verweerder het griffierecht moet vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- bepaalt dat openbaarmaking wordt opgeschort tot twee weken nadat op het bezwaar beslist zal zijn;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 385,- aan verzoekster moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.