Eiseres diende een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor een project van natuurontwikkeling gecombineerd met agrarisch natuurbeheer en energieopwekking op een locatie van 46,7 hectare. Het college weigerde de vergunning omdat het project in strijd zou zijn met het bestemmingsplan Buitengebied Smilde 1995. De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat de aanvraag vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet was ingediend, zodat het oude recht van toepassing bleef.
De kern van het geschil betrof welk bestemmingsplan als toetsingskader diende. Eiseres stelde dat het bestemmingsplan Reparatieplan 2016 van toepassing was, omdat dit plan slechts gedeeltelijk was vernietigd en op de projectlocatie geen bestemming was toegekend, waardoor het eerdere plan bleef gelden. Het college stelde dat het oude bestemmingsplan Buitengebied Smilde 1995 van toepassing was, omdat het Reparatieplan 2016 geen bestemming aan de locatie gaf en de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 uit het bestemmingsplan Buitengebied 2012 was meegegaan in de vernietiging van het plandeel Agrarisch - 2.
De rechtbank oordeelde dat de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 niet is meegegaan in de vernietiging van het plandeel Agrarisch - 2, omdat deze een zelfstandig karakter heeft en een eigen stelsel van bouwregels kent. De vernietigingsgrond had geen juridische samenhang met deze dubbelbestemming. Hierdoor was het college aan het verkeerde bestemmingsplan getoetst. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De rechtbank zag geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien of de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten.