Eiser diende een aanvraag in voor een omgevingsvergunning om een woning te gebruiken voor de huisvesting van vier arbeidsmigranten. Het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden weigerde deze vergunning, waarna eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het bestemmingsplan ‘Leeuwarden – Kamerverhuur’ niet buiten toepassing hoeft te blijven, omdat het opvolgende bestemmingsplan ‘Leeuwarden – Partiële herziening woningsplitsing en woonzorgfuncties’ de relevante regels bevat. Ook is vastgesteld dat het college geen gebruik kon maken van de afwijkingsmogelijkheid uit artikel 22.2 van het bestemmingsplan ‘Leeuwarden – Kamerverhuur’, omdat de beleidsregels daarvoor waren ingetrokken.
De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is, omdat het college niet duidelijk heeft onderbouwd waarom het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en het woon- en leefklimaat. Tijdens de zitting heeft het college echter een voldoende draagkrachtige motivering gegeven, waarbij het onderscheid tussen bewoning door een gezin en door arbeidsmigranten centraal stond.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens het motiveringsgebrek, vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.