Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
(de rechtbank begrijpt: aangever [slachtoffer 2] ). Ik heb de man van de kade geduwd. Ik heb hem met twee handen een flinke duw gegeven. De man stond met zijn rug naar het schip. Het klopt dat wij allebei vrij dicht bij de rand van de kade stonden.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partijen
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank
Een jeugddetentie voor de duur van 90 dagen.
59 dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op
twee jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren.
20 dagenzal worden toegepast.
[slachtoffer 1]toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer 1] te betalen:
- het bedrag van 3.151,63 (zegge: drieduizend honderdeenenvijftig euro en drieënzestig eurocent);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 mei 2024 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
[slachtoffer 1]aan de Staat te betalen een bedrag van 3.151,63 (zegge: drieduizend honderdeenenvijftig euro en drieënzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2024 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 2.021,63 aan materiële schade en 1.130,- aan immateriële schade.
[slachtoffer 2]gedeeltelijk toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer 2] te betalen:
- het bedrag van 26.771,73 (zegge: zesentwintigduizend zevenhonderdeenenzeventig euro en drieënzeventig eurocent);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 mei 2024 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
[slachtoffer 2]aan de Staat te betalen een bedrag van 26.771,73 (zegge: zesentwintigduizend zevenhonderdeenenzeventig euro en drieënzeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2024 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 15.521,73 aan materiële schade en 11.250,- aan immateriële schade.
[slachtoffer 2]voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.