Op 29 september 2024 schoot verdachte meerdere keren met een omgebouwd gaspistool in een nachtclub te Groningen tijdens een worsteling, terwijl zich meerdere mensen in de nabijheid bevonden. Verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag, bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor voorwaardelijk opzet op doodslag, mede vanwege het ontbreken van getuigen die verdachte daadwerkelijk zagen schieten en het ontbreken van kogelinslagenonderzoek. Verdachte werd daarom vrijgesproken van poging tot doodslag. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte meerdere schoten afvuurde en daarmee de aanwezigen bedreigde, en dat hij het vuurwapen en munitie bij zich had.
De verdediging voerde (putatief) noodweer en noodweerexces aan, maar de rechtbank verwierp dit omdat geen onmiddellijk gevaar of wederrechtelijke aanranding aannemelijk was gemaakt. Gelet op de ernst van het feit, het recidiverisico en het advies van de reclassering, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 24 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, met aftrek van het reeds ondergane voorarrest.
De rechtbank gelastte tevens de teruggave van kleding en een iPhone aan verdachte. De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Nederland op 22 mei 2025.