De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 25 april 2025 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging diefstal met geweld in vereniging, bedreiging in vereniging, bezit van verdovende middelen en witwassen.
Hoewel het dossier aanwijzingen bevatte voor betrokkenheid bij de poging diefstal en bedreiging, vond de rechtbank het bewijs onvoldoende wettig en overtuigend om deze feiten bewezen te verklaren. Verdachte werd daarom vrijgesproken van deze feiten.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte op 21 november 2022 in een chalet aanzienlijke hoeveelheden soft- en harddrugs (MDMA, cocaïne en hasjiesj) aanwezig had, waarvan hij het bezit ontkende maar de rechtbank dit ongeloofwaardig achtte. Tevens werd bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig maakte aan witwassen van een geldbedrag van circa 17.055 euro, waarvan hij geen aannemelijke verklaring voor de herkomst gaf.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder eerdere veroordelingen en problematisch middelengebruik, en de schending van de redelijke termijn. Gezien deze factoren legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van 65 dagen, gelijk aan het reeds door verdachte ondergane voorarrest.