ECLI:NL:RBNNE:2025:2013

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 mei 2025
Publicatiedatum
23 mei 2025
Zaaknummer
18-065678-23 ontn.
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 420bis SrArt. 420quater SrArt. 6:6:25 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens witwassen

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 23 mei 2025 een vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor witwassen. De officier van justitie vorderde een bedrag van €83.010,06, terwijl de rechtbank het voordeel vaststelde op €20.391,00.

De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op een uitgebreid financieel onderzoek van bankgegevens over de periode van maart 2018 tot juli 2023, waaruit bleek dat veroordeelde meer contant geld heeft uitgegeven dan hij via zijn bankrekeningen ontving. Daarnaast zijn relevante feiten en meldingen opgenomen, waaronder het bezit van een vuurwapen en diverse indicaties van betrokkenheid bij drugshandel.

De verdediging heeft de vordering afgewezen, mede gelet op het in hoofdzaak bepleite vrijspraakverweer. De rechtbank oordeelde echter dat het voordeel voortvloeit uit het gepleegde strafbare feit en legde veroordeelde de verplichting op tot betaling van €20.391 aan de staat. Tevens werd de maximale duur van de gijzeling vastgesteld op 407 dagen.

Deze uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer en ondertekend door voorzitter J. Faber en rechters J. van Bruggen en C. Krijger.

Uitkomst: Veroordeelde moet €20.391 betalen aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht Locatie Assen
parketnummer 18/065678-23
beslissing van de meervoudige strafkamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 23 mei 2025 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
in de zaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , hierna: veroordeelde.
Procesverloop
De officier van justitie heeft op 27 maart 2025 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van 83.010,06 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/065678-23 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.
De behandeling van de vordering heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 9 mei 2025. Veroordeelde is verschenen, bijgestaan door mr. V.A. van Biljouw, advocaat te Breukelen. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. Lübbers.

Standpunten

De officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van 83.010,06 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De verdediging
De verdediging heeft, gelet op de in hoofdzaak bepleite vrijspraak, bepleit dat de vordering dient te worden afgewezen.

Bewijsmiddelen

De rechtbank baseert de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op de volgende bewijsmiddelen:
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal financieel onderzoek (met bijlagen) d.d. 20 december 2023, opgenomen op pagina 9 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023058032 d.d. 12 februari 2024, inhoudend als relaas van verbalisant [naam] :
Voor dit proces-verbaal is de onderzoeksperiode van de bankgegevens: 08-03-2018 tot en met 24-072023.
De contante transacties (opnamen en stortingen) maken duidelijk in hoeverre een verdachte contant geld ter beschikking heeft staan voor het doen van uitgaven (bron 1).
4.2
Bron 1: Contanten
Uitgangspunt is dat een persoon niet meer contant geld kan uitgeven dan hij contant heeft ontvangen. Dit betekent dat als je een contante uitgave doet, je dat geld ook contant ontvangen moet hebben. Nu worden verreweg de meeste vormen van inkomen (uitkering, salaris) giraal uitbetaald. Dit betekent dat als iemand een contante uitgave wil doen hij dat geld van de bankrekening dient op te nemen. Of hij beschikt over een andere bron waaruit hij contant geld heeft verkregen. Uit onderzoek van de bankrekeningen blijkt:
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Totaal
geldopname
3.03
200
1.92
1.3
1
-
7.45
geldstorting
700
67
1.162
6.756
15.797
3.358
27.841
saldo
2.33
133
758
-5.456
-14.797
-3.358
-20.391
[verdachte] heeft 27.841 euro gestort en 7.450 euro opgenomen. Het verschil van 20.391 euro betekent dat [verdachte] dit uit onbekende herkomst contant ter beschikking heeft gehad.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verdenking d.d. 6 maart 2023, opgenomen op pagina 6 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [naam] :
AANLEIDING
Verdachte, geboren op [geboortedatum] .1988 te [geboorteplaats] , is de afgelopen jaren regelmatig gecontroleerd in verschillende huurautos. Uit deze controles blijkt dat de huurovereenkomst op zijn naam staat en dat hij langere tijd de beschikking heeft over deze huurauto's.
In 2021 reed verdachte in een huurauto van het merk Seat Leon en via bevraging bij het programma
Finnik blijkt dit voertuig momenteel een waarde indicatie tussen de 14.000 en 18.000 euro te hebben. Op 13 juli 2022 is een BMW 1 serie gecontroleerd door collegas. Dit voertuig werd op dat moment bestuurd door [naam] , moeder van twee kinderen waarvan verdachte de vader is.
In het voertuig werd een huurovereenkomst aangetroffen op naam van [verdachte] . Op 25 oktober 2022 is verdachte voor de laatste keer gecontroleerd in dit voertuig vanwege zijn snelheid. Kosten van een soortgelijke BMW 1 serie zijn 1209,00 euro per maand (bron: sixt autoverhuur)
INKOMENS- EN VERMOGENSPOSITIE
Er is in het verleden één verklaring door verdachte afgelegd, waarin hij verklaard over zijn inkomen. In andere verhoren beriep verdachte zich op zijn zwijgrecht. Op 24 oktober 2018 verklaarde verdachte over zijn inkomen en over 1600 euro die bij hem is aangetroffen tijdens zijn aanhouding. Hieronder volgt een korte weergave van dit verhoor:
V: Wat voor inkomen heb je?
A: Ik heb een uitkering. 670 euro ongeveer. Ik wil ook nog wat vertellen over de 1600 euro. Ik heb daar anderhalf jaar voor gespaard. Ik zou een dag nadat ik werd gearresteerd de sleutel van een huis krijgen bij [adres] Veendam. Ik zou die avond bij mijn vriendin slapen en daarom had ik het geld bij me. Ik zou de volgende dag met het geld verf kopen en zo.
ANTECEDENTEN
Verdachte heeft 30 delicten op naam, waarvan 4 uit de laatste vijf jaar.
RELEVANTE MELDINGEN POLITIESYSTEEM
Algemene opmerking: In het politiesysteem zijn in het jaar 2022 drie meld misdaad anoniem meldingen binnen gekomen. Tevens zijn er in het jaar 2022 vijf anonieme brieven bezorgd bij verschillende politiebureaus in Noord-Nederland. In deze brieven staat informatie die verwijzen naar handel in verdovende middelen door personen voornamelijk uit het gebied Ommelanden-midden (Groningen). Ook staat verdachte in alle vijf de brieven genoemd als drugsdealer.
In het politiesysteem zijn de volgende relevante meldingen opgenomen:
In oktober 2018 word verdachte op heterdaad aangehouden voor overtreding van artikel 26/1 Wet Wapens en Munitie. Bij de verdachte word een vuurwapen, 17 scherpe patronen, stroomstootwapen, pepperspray, meerdere mobiele telefoons en 1600 euro contant geld aangetroffen.
De verdachte verklaarde in zijn verhoor daar het volgende over:
V: In het tasje zitten onder andere pepperspray, ongeveer 1600 euro in briefjes van 100, 50, 20, 10 en 5, en een aantal telefoons. Hoe zit dat?
A: Dat is allemaal van mij, behalve de telefoons. Ik beroep me op het zwijgrecht nu u vraagt van wie de telefoons zijn.
WITWASINDICATOREN
Het Anti Money Laundering Centre (hierna: AMLC) heeft een document opgesteld met daarin opgenomen indicatoren voor witwassen. Indicatoren voor witwassen kunnen onderverdeeld worden in drie subgroepen. Ten eerste de witwastypologieën, dit is een beschrijving van kenmerken die op basis van ervaring duiden op witwassen. Deze kenmerken worden internationaal vastgesteld door de FATF en nationaal door de FIU.
Ten tweede de feiten van algemene bekendheid. Feiten van algemene bekendheid zijn feiten die iedereen kan weten en daarom geen bewijs behoeven. Als derde is er een groep overige indicatoren.
De volgende witwasindicatoren lijken van toepassing op verdachte.
De betalingen per maand voor:
Huur van woning 525,00 (bron: woningbouw vereniging Groninger huis)
Kosten huurauto BMW 1 1209,00 (bron: sixt autoverhuur)
Zorgverzekering 122,95 (bron: Google.nl)
Nutsvoorzieningen 95,00 (bron: Nibud gegevens)
Afgezet tegen het feit dat verdachte momenteel geen inkomen geniet kan blijken dat het inkomen van verdachte niet toereikend is voor het betalen van zijn maandelijkse vaste lasten.
De kosten voor levensonderhoud (boodschappen/ kleding etc) zijn hierin nog niet meegenomen.
Feiten van algemene bekendheid:
Dat mensen die leven van een uitkering hiervan vaak net rond kunnen komen.
Dat met de handel in verdovende middelen inkomsten worden gegenereerd.
DE VERDENKING
Voorgaande maakt duidelijk dat verdachte in 2018 zelf aangeeft 670 euro aan uitkering te krijgen.
Verdachte heeft een huurwoning en wordt regelmatig gecontroleerd en gezien in een huurauto. In 2018 verklaarde de verdachte dat de bij hem aangetroffen 1600,- euro door hem zijn gespaard en dat hij het aangetroffen vuurwapen zelf heeft gekocht inclusief de scherpe patronen.
Het feit dat verdachte een uitkering ontving maakt het onwaarschijnlijk dat verdachte in staat is om de vaste lasten van een eigen woning en huurauto te voldoen.
Op basis hiervan bestaat de verdenking van overtreding door verdachte [verdachte] van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht en/of artikel 420quater van het Wetboek van Strafrecht.
3. De inhoud van het vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank d.d. 23 mei 2025, inhoudende een bewezenverklaring en bewijsmotivering onder parketnummer 18/065678-23 tegen veroordeelde gewezen.

Beoordeling

De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 23 mei 2025 in de zaak met parketnummer 18/065678-23 veroordeeld ter zake van witwassen.
Op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen is komen vast te staan dat veroordeelde voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van dit door hem gepleegde strafbare feit. Het voorgaande brengt het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel op 20.391,00 en de rechtbank zal aan veroordeelde een betalingsverplichting tot dat bedrag opleggen.

Toepassing van de wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing
Stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op 20.391,00.
Legt veroordeelde de verplichting op tot betaling van een geldbedrag van 20.391,00 (zegge:
twintigduizend driehonderdeenennegentig euro) aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 407 dagen.
Deze uitspraak is gegeven door mr. J. Faber, voorzitter, mr. J. van Bruggen en mr. C. Krijger, rechters, bijgestaan door mr. R. de Boer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 23 mei 2025.
Mr. J. van Bruggen en mr. C. Krijger zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.