De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om een minderjarige moeder meerderjarig te verklaren. De moeder is 17 jaar en heeft recent een kind gekregen. De Raad stelde dat het in het belang van moeder en kind was om meerderjarigverklaring te verlenen, zodat moeder zelfstandig voor haar kind kan zorgen. De moeder en vader wonen samen bij de grootouders en willen terugkeren naar Bulgarije.
De rechtbank oordeelde dat de zaak een internationaal karakter heeft omdat de moeder en het kind de Bulgaarse nationaliteit bezitten. De Nederlandse rechter is bevoegd, maar het toepasselijke recht is Bulgaars recht. Dit recht kent geen meerderjarigverklaring zoals in Nederland; meerderjarigheid wordt bereikt bij 18 jaar of via emancipatie door arbeid of huwelijk. Omdat geen van deze voorwaarden is vervuld, kan de Raad niet ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek.
Daarnaast is er een gezagsvacuüm omdat de minderjarige moeder niet bevoegd is het gezag over haar kind uit te oefenen en de meerderjarige vader geen verzoek tot gezag heeft ingediend. De rechtbank benoemt ambtshalve de grootvader tot voogd over het kind, met instemming van ouders en grootvader, en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.