Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 11 maart 2025 - waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - en de ter gelegenheid daarvan door [eiser] in het geding gebrachte spreekaantekeningen.
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen [eiser], die financieringsadvies en -begeleiding verleende, en Drostlaan Planontwikkeling B.V. (DP), die een onroerende zaak wilde kopen en financiering nodig had. Partijen sloten een bemiddelingsovereenkomst waarbij [eiser] DP zou begeleiden bij het financieringstraject en daarvoor een vergoeding zou ontvangen. [Eiser] factureerde €21.175,00 inclusief btw voor zijn werkzaamheden.
DP stelde dat [eiser] zijn verplichtingen niet goed was nagekomen, waardoor de levering van het onroerend goed niet tijdig kon plaatsvinden en DP schade leed, waaronder een boete van €35.000,00 aan de verkoper Ko-Di. DP vorderde deze schadevergoeding en stelde dat verrekening met de factuur van [eiser] aan de orde was.
De kantonrechter oordeelde dat DP onvoldoende had bewezen dat [eiser] tekort was geschoten en dat bovendien geen ingebrekestelling aan [eiser] was gedaan, waardoor geen sprake was van verzuim. Daardoor kon DP geen aanspraak maken op schadevergoeding en was verrekening uitgesloten. De factuur van [eiser] moest volledig worden betaald, inclusief wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. De vorderingen van DP werden afgewezen. De kantonrechter veroordeelde DP tot betaling van de factuur, rente, incassokosten en proceskosten, en wees de schadevordering af.
Uitkomst: DP wordt veroordeeld tot betaling van de factuur en bijkomende kosten, terwijl de schadevordering wordt afgewezen wegens ontbreken van verzuim.