Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord.
- de mondelinge behandeling op 28 mei 2025. Daarbij is [eiser] in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Van de Glind en mr. Poiesz. Namens Vindicat is de heer [bestuurder] verschenen, bijgestaan door mr. Alberdingk Thijm. Van de mondelinge behandeling zijn door de griffier aantekeningen gemaakt. De spreekaantekeningen van de advocaten van partijen zijn aan het dossier toegevoegd.
2.De feiten
opgenomen (gedrags)regels (“vergrijpen”) kunnen de Senaat en het Sociëteits-commissiebestuur de rol van “vervolgende instantie” op zich nemen en een lid ter verantwoording roepen. Daartoe wordt een “tenlastelegging” geformuleerd, het lid wordt dan als “verdachte” aangeduid en door het Rechtsprekend Orgaan wordt vervolgens een uitspraak gedaan. Daarbij kunnen sancties worden toegepast die bestaan uit een geldboete, schorsing, een commissieverbod en royement. Ten aanzien van een uitspraak van het Rechtsprekend Orgaan staat gedurende drie dagen de mogelijkheid open om een klacht in te dienen bij de Rechtsadviescommissie, die beslist of hoger beroep wordt toegestaan. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om herziening te verzoeken op grond van na de uitspraak gebleken nieuwe feiten en omstandigheden.
3.Het geschil
4.De beoordeling
de inhoudvan de beslissing van het rechtsprekend orgaan. Daarop zal hierna worden ingegaan. Hij heeft echter geen stellingen aangevoerd waaruit afgeleid moet worden dat
de proceduredie geleid heeft tot die beslissing ten aanzien van hem niet eerlijk of zorgvuldig zou zijn geweest.