Pronkjewail Woningen vordert ontruiming van een woning die door [gedaagde] wordt gehuurd, omdat deze sinds september 2024 in detentie zit en daardoor geen hoofdverblijf meer zou hebben in het gehuurde. Daarnaast stelt verhuurder dat het gehuurde aan derden is gegeven, drugsgerelateerde activiteiten plaatsvinden en sprake is van huurachterstand.
De rechtbank stelt vast dat [gedaagde] sinds detentie niet meer feitelijk in de woning verblijft, wat een tekortkoming in de huurovereenkomst oplevert. Echter, het gebruik door derden en drugsactiviteiten zijn onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk gemaakt. De huurachterstand is onduidelijk door tegenstrijdige betalingsgegevens en een lopende betalingsregeling. Bovendien heeft verhuurder de sleutels geweigerd af te geven aan een gemachtigde van [gedaagde], waardoor deze terecht opschorting van huurbetaling toepast.
Gezien de korte termijn van de strafzaak van [gedaagde] en het zwaarwegend woonbelang, acht de rechtbank ontruiming niet gerechtvaardigd. De vorderingen tot ontruiming, huurachterstand, incassokosten en gebruiksvergoeding worden afgewezen. Beheerder Pronkjewail wordt niet-ontvankelijk verklaard. Verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.