Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning voor de verbouwing van een hotel aan de Lavendelheide 4 in Drachten. Verzoekers waren het niet eens met de verleende vergunning en vroegen de rechtbank om te voorkomen dat met de bouw zou worden gestart.
De rechtbank had eerder het besluit van 17 maart 2021 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen. Op 8 november 2022 werd een nieuw besluit genomen, waartegen opnieuw beroep werd ingesteld. De vergunning was in werking getreden, maar de verbouwing was nog niet gestart.
Tijdens de procedure erkende het college dat het nieuwe bestemmingsplan niet correct was toegepast, waardoor het besluit een gebrek vertoonde. Verzoekers wilden een minnelijke oplossing over de groenvoorziening. De voorzieningenrechter schorst het onderzoek in afwachting hiervan.
Na een tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 5 maart 2025 vernietigde de rechtbank Noord-Nederland de omgevingsvergunning definitief. Hierdoor is het bouwplan niet uitvoerbaar zonder een nieuwe vergunning. Verzoekers hebben daardoor geen belang meer bij het verzoek om voorlopige voorziening, dat daarom is afgewezen.
De rechtbank bepaalt dat het college het griffierecht van €184,- aan verzoekers moet vergoeden, omdat het verzoek om voorlopige voorziening terecht was gezien de vernietiging van de vergunning. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.