ECLI:NL:RBNNE:2025:2366

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
12 juni 2025
Publicatiedatum
17 juni 2025
Zaaknummer
11301272 BU VERZ 24-2189
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • W.B. Jongsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete wegens snelheidsovertreding buiten bebouwde kom na schending redelijke termijn

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens 21 km per uur te hard rijden buiten de bebouwde kom op 22 februari 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat de verbalisant ter plaatse was geweest en de bebording had gecontroleerd, waardoor de overtreding vaststaat. Betrokkene voerde aan dat er geen snelheidsbord A1 stond, maar dit werd niet geaccepteerd. Wel werd de boete gematigd met 25% tot €162 vanwege schending van de redelijke termijn, aangezien meer dan twee jaar was verstreken tussen het moment van overtreding en de uitspraak.

De officier van justitie werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene, vastgesteld op €453,50. De beslissing vernietigt het eerdere besluit van de officier van justitie en wijzigt de boete conform de matiging. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Boete gematigd tot €162 wegens schending redelijke termijn, officier van justitie veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 255975970
zaaknummer: 11301272 BU VERZ 24-2189

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van12 juni 2025

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats],
(gemachtigde: mr. drs. R. de Nekker, Zaakrecht).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘21 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)’, verricht op 22 februari 2023, om 07:56 uur, op de Leeuwarderstraatweg in Heerenveen, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 213,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op de zitting van 12 juni 2025 behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. S. Bayram.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Gemachtigde voert aan dat er geen A1-bord staat dat een lagere snelheid van 80 km/u aangeeft.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
4. Deze beroepsgrond slaag niet. De kantonrechter ziet hierin geen aanleiding om te twijfelen aan verklaring van de verbalisant en de gegevens in het zaakoverzicht. Uit het dossier blijkt dat de verbalisant ter plekke fysiek aanwezig was en betrokkene ook heeft staande gehouden. Hierdoor mag worden aangenomen dat de verbalisant de bebording heeft gecontroleerd. [1] Daarnaast heeft betrokkene tijdens de staandehouding niets verklaard over de bebording, maar enkel het volgende verklaard: ‘
doe ik niet’. De gedraging kan daarom worden vastgesteld.
5. Vervolgens ziet de kantonrechter zicht de vraag gesteld of er omstandigheden zijn die aanleiding geven om de sanctie te matigen of te vernietigen.
6. De kantonrechter zal de boete matigen met 25% tot € 162,00 (inclusief administratiekosten), omdat de redelijke termijn is geschonden. In deze zaak is namelijk meer dan twee jaar verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten dat hij een boete zou krijgen en deze uitspraak.
7. Omdat de kantonrechter het beroep gedeeltelijk gegrond zal verklaren in verband met de schending van de redelijke termijn, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene in de kantonfase. Hij zal één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 907,00. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 453,50.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 162,00 (inclusief administratiekosten);
  • bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt;
  • veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 453,50.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden 28 februari, ECLI:NL:GHARL:2020:1803.