Eisers vorderen in kort geding een verbod op de geplande uitbouw van gedaagden aan de achterzijde van hun woning, omdat deze leidt tot onrechtmatige hinder door vermindering van bezonning en daglichttoetreding in hun woonkamer en keuken. Gedaagden betwisten dit en verwijzen naar verschillende normen en methoden voor bezonningsmetingen.
De voorzieningenrechter beoordeelt de spoedeisendheid en het spoedig belang van eisers en stelt vast dat dit aanwezig is vanwege de voorgenomen start van de uitbouw. De deskundige rapporten van Bezonningsingenieur en Schaduwsimulator tonen aan dat de uitbouw een aanzienlijke afname van bezonning veroorzaakt, wat naar voorlopig oordeel onrechtmatige hinder oplevert. De daglichttoetreding neemt beperkt af, maar voldoet niet meer aan de NEN-EN 17037 aanbevelingen.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van eisers prevaleert, mede omdat gedaagden de risico’s van schade zelf hebben genomen door al verplichtingen aan te gaan. De voorzieningenrechter verbiedt daarom de uitbouw totdat een bodemrechter hierover onherroepelijk heeft beslist, met een dwangsom van €50.000. De proceskosten worden aan gedaagden opgelegd. De vorderingen van gedaagden in reconventie worden afgewezen.