ECLI:NL:RBNNE:2025:2441

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
17 juni 2025
Publicatiedatum
20 juni 2025
Zaaknummer
18-332327-22
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met verpleging wegens passantenproblematiek en onduidelijke diagnostiek

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 17 juni 2025 besloten de terbeschikkingstelling met verpleging van een veroordeelde te verlengen met een termijn van één jaar. De oorspronkelijke maatregel was opgelegd wegens ernstige delicten zoals brandstichting, mishandeling en bedreiging en was in februari 2025 omgezet in een terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

De verlenging werd geadviseerd door een forensisch psychiater die constateerde dat de diagnostiek van de veroordeelde onduidelijk is vanwege beperkte medewerking. Er is sprake van mogelijk het syndroom van Korsakov, waarvoor nader neurologisch onderzoek noodzakelijk is. Omdat er nog geen behandeling is gestart en het recidiverisico niet is verminderd, is een voortzetting van de maatregel noodzakelijk.

De veroordeelde en zijn raadsvrouw stemden in met de verlenging, maar wezen op de schrijnende situatie dat de veroordeelde als passant verblijft in een instelling zonder de benodigde zorg, wachtend op plaatsing in een gespecialiseerde inrichting. De rechtbank erkende deze problematiek en besloot daarom de verlenging te beperken tot één jaar, om de situatie opnieuw te kunnen beoordelen.

De rechtbank baseerde haar beslissing op het advies van de psychiater, de ernst van de feiten en de noodzaak de veiligheid van personen en goederen te waarborgen. De beslissing werd genomen door een meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van mr. H.R. Eising.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling met verpleging van veroordeelde wordt verlengd met één jaar wegens onduidelijke diagnostiek en passantenproblematiek.

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18/332327-22
beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 17 juni 2025 in de rechtbank Noord-Nederland
in de zaak tegen

[veroordeelde]

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] , thans verblijvende in het [instelling] .
Hierna te noemen: veroordeelde.
Procesverloop
De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van de veroordeelde zal verlengen met twee jaren.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 3 juni 2025, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, zijn raadsvrouw mr. M.W. Bouwman en de officier van justitie.
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het door dr. T.W.D.P. van Os, forensisch psychiater, opgemaakte rapport d.d. 11 april 2025.
Motivering
De opgelegde terbeschikkingstelling
Bij vonnis van 20 juni 2023 heeft de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, veroordeelde ter beschikking gesteld met voorwaarden wegens onder andere brandstichting, mishandeling en bedreiging. De terbeschikkingstelling met voorwaarden is door de rechtbank dadelijk uitvoerbaar
verklaard. De terbeschikkingstelling met voorwaarden is derhalve aangevangen op 21 juni 2023. Bij beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, d.d. 13 februari 2025 is de terbeschikkingstelling met voorwaarden omgezet in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.
Het advies van de deskundige
In het psychiatrisch Pro Justitia rapport van 11 april 2025 wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. In voornoemd rapport is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
De diagnostiek van veroordeelde is onduidelijk, omdat hij niet tot beperkt heeft meegewerkt aan het onderzoek. Veroordeelde spreekt zelf van het syndroom van Korsakov, ook wel alcoholdementie. De psychiater adviseert derhalve om veroordeelde grondig neurologisch en neuropsychologisch te laten onderzoeken om na te gaan of er sprake is van neurologische schade. Vanwege de beperkte medewerking van veroordeelde aan het onderzoek heeft de psychiater geen risicotaxatie kunnen doen. Op basis van de geraadpleegde stukken concludeert de psychiater dat er tot op heden geen behandeling werd uitgevoerd dan wel interventies zijn gedaan die het recidiverisico hebben doen verminderen. Indien uit nader onderzoek blijkt dat er sprake is van neurologische schade dan is een groeimodel (behandeling gericht op verandering) niet mogelijk en gedoemd te mislukken, slechts leidend tot machteloosheid en hopeloosheid van alle partijen. In het geval van neurologische schade moet men uitgaan van het handicapmodel waarbij men gericht dient te zijn op het creëren van een optimale omgevingsprothese. Er dient eerst meer duidelijk te worden omtrent de diagnostiek van veroordeelde voordat een gedegen plan voor behandeling/ bejegening tot stand kan komen. Recentelijk is de terbeschikkingstelling met voorwaarden onherroepelijk omgezet in de terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Het is niet te verwachten -gezien alle diagnostische onduidelijkheden- dat er voorlopig therapeutisch maatwerk
geleverd kan worden ter reductie van het recidiverisico. Derhalve adviseert de psychiater om de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te continueren met twee jaar.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij zijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaren.
Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsvrouw
De veroordeelde en zijn raadsvrouw hebben zich niet verzet tegen een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren. De raadsvrouw heeft echter wel aangevoerd dat veroordeelde in de [instelling] op dit moment niet de hulp en zorg krijgt die hij nodig heeft. Veroordeelde is inmiddels aangemeld bij [instelling] , maar staat daar naar verwachting nog geruime tijd op de wachtlijst alvorens hij daar daadwerkelijk geplaatst kan worden. Tot die tijd wordt hem de juiste hulp ontzegd, hetgeen de situatie van veroordeelde schrijnend maakt.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt op grond van de overwegingen in het onderliggende vonnis van 20 juni 2023 vast dat de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van misdrijven gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dit betekent dat de maatregel niet in duur beperkt is en dus verlengd kan worden.
Voorts stelt de rechtbank vast dat het verlengingsadvies van het behandelteam van de instelling waar veroordeelde van overheidswege wordt verpleegd, alsmede de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van veroordeelde in het dossier ontbreken, simpelweg omdat veroordeelde nog niet behandeld wordt in het [instelling] . De rechtbank acht de situatie van veroordeelde waarbij hij als zogeheten passant in afwachting van plaatsing bij het [instelling] in het [instelling] moet verblijven, betreurenswaardig en sluit zich aan bij hetgeen de raadsvrouw van veroordeelde heeft opgemerkt.
Ondanks voornoemde gebreken ziet de rechtbank zich genoodzaakt om over te gaan tot het verlengen van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Op grond van de inhoud van het advies van de psychiater en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank namelijk van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen vereist dat de termijn van de dwangmaatregel wordt verlengd. Anders dan zoals door de officier van justitie gevorderd ziet de rechtbank in de reeds benoemde passantenproblematiek aanleiding om de terbeschikkingstelling van veroordeelde te verlengen met een termijn van één jaar, teneinde op kortere termijn de stand van zaken omtrent de plaatsing van veroordeelde bij [instelling] opnieuw in kaart te brengen.
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van de veroordeelde met één jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. H.R. Eising, voorzitter, mr. J. van Bruggen en mr. M. van der Veen, rechters, bijgestaan door mr. A. Kamphuis, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 17 juni 2025.
Mr. J. van Bruggen en mr. M. van der Veen zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.