Betrokkene kreeg een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor het niet afsluiten en in stand houden van een vereiste verzekering voor zijn motorrijtuig. De overtreding werd vastgesteld bij een registercontrole op 30 januari 2023. Betrokkene stelde dat hij wel verzekerd was en overhandigde een polisblad uit 2021, maar kon niet aantonen dat de verzekering ten tijde van de controle nog liep.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting werd duidelijk dat het voertuig op de peildatum niet verzekerd was en dat betrokkene een restitutie van de verzekeraar had ontvangen, wat wijst op beëindiging van de verzekering. De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat en dat betrokkene onvoldoende bewijs had geleverd.
Wel werd de redelijke termijn voor berechting overschreden, waardoor de kantonrechter de boete matigde met 25%. De boete werd verlaagd van € 409,00 naar € 309,00. Tevens werd bepaald dat het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling aan betrokkene moet worden terugbetaald.