Betrokkene, werkzaam als ambulant begeleidster van psychiatrische cliënten, parkeerde op 16 november 2023 zonder duidelijk zichtbare gehandicaptenparkeerkaart op een gehandicaptenparkeerplaats. Hoewel zij erkende niet aan de voorwaarden te voldoen, gaf zij aan dat zij haar cliënt continu in de gaten moest houden en dat reguliere parkeerplaatsen vol waren.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, mede omdat betrokkene geen verklaring van haar werkgever had overgelegd. De kantonrechter oordeelde echter dat de gedraging vaststaat maar dat bijzondere omstandigheden, zoals het belang van de cliënt en de korte parkeertijd, aanleiding geven om de boete te matigen.
De kantonrechter matigde de boete tot nihil en bepaalde dat het bedrag van de zekerheidstelling aan betrokkene wordt gerestitueerd. De beslissing werd mondeling op 17 juni 2025 uitgesproken in Groningen.