Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[veroordeelde]
Standpunt van de officier van justitie
Het standpunt van de verdediging
Bewijsmiddelen
Beoordeling
Toepassing van de wetsartikelen
Beslissing
199.844,58.
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak is veroordeelde in de hoofdzaak veroordeeld voor gewoontewitwassen. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €204.844,58. De verdediging stelde dat een deel van het bedrag afkomstig was uit legale bronnen en dat de pleegperiode korter moest worden vastgesteld, tevens werden eigen kosten aangevoerd.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het vonnis van de hoofdzaak en de daarin opgenomen bewijsmiddelen. Het is vastgesteld dat het bedrag van €204.844,58 gedurende meerdere jaren is witgewassen en dat geen legale herkomst is aangetoond. De rechtbank verwierp het verzoek tot matiging van het bedrag en hield geen rekening met vermeende kosten van de verdachte.
Wel werd een matiging toegepast wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij het bedrag met €5.000 werd verminderd tot €199.844,58. De rechtbank legde de betalingsverplichting op aan veroordeelde en bepaalde tevens de maximale duur van gijzeling op 360 dagen. De overige vorderingen van de officier van justitie werden afgewezen.
Uitkomst: Veroordeelde wordt verplicht tot betaling van €199.844,58 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.